Van Málaga tot Cabo de Gata • De Bloementocht
Verkenningen in Andalucia
29 april – 20 mei 1998


In het voorjaar altijd een enorme bloemenzee!

Op eerdere tochten in Andalucia waren we al eens in de Alpujarras geweest, maar te kort om ze echt te leren kennen omdat toen het hoofdgedeelte werd gevormd door onze beklimming van de Collado del Veleta vanuit Capileira. We hadden nu het plan om een grote tocht te maken door de Alpujarras richting Almeria. Een tocht waarbij we ook gedeeltes van de kust zouden opnemen in onze etappes maar ook nog wat plaatsen ten noorden van Granada.
Een etappeschema werd opgesteld dat ruwweg vanuit Málaga via Antequera naar Jaen en de Sierra de Cazorla ging om van daaruit via de Sierra de Los Filabres naar de Kust te gaan en daarna via de Alpujarras weer terug naar Málaga.

Doordat de weersomstandigheden in Andalucia, geheel tegen de verwachtingen in, regenachtig, koel en winderig waren, hebben we ons hele etappeschema ter plekke omgegooid en ons laten leiden door de weerberichten. Langs de kust was namelijk wel steeds goed weer, maar landinwaarts heeft het geregend, gehageld en zelfs nog gesneeuwd op de hogere passen. We zijn uiteindelijk op plaatsen terecht gekomen die we niet in onze oorspronkelijke planning hadden staan, maar die ons zeer goed bevallen zijn. Spanje heeft zeer veel onverwachts te bieden. Onze route werd tenslotte zó:



We hebben ruim 1000 kilometer gereden in de periode van 29 april tot en met 22 mei 1998. Het hoogste punt was Trevélez dat met ruim 1600m het hoogst gelegen dorp van Spanje heet te zijn.
We vlogen van Schiphol naar Málaga met Transavia, omdat Iberia geen rechtstreekse vluchten meer heeft. Hoe dan ook, de fietser is nu in ieder geval duurder uit: Transavia hanteert altijd een extra tarief van ƒ100,–per fiets (retour). Wil je toch met Iberia, dan moet je nu via Madrid of Barcelona vliegen. Het betekent een dag onderweg ipv. 3 uur en je moet dus overstappen.

Málaga – Almogía

29 april – 35 km
Zoals gebruikelijk vertrekken bijna al onze Spaanse tochten in het zuiden vanuit het Parador del Golf. Een aangenaam hotel dicht bij de luchthaven. Bij het opstaan is de lucht boven de zee prachtig blauw, boven land hangt flink wat bewolking. Omdat we nog in de veronderstelling verkeren dat we vandaag in Antequera zullen komen, rijden we eerst naar Málaga om van daaruit de richting van Almogía te nemen via de C3310 langs de Puerto de la Torre. Je komt Málaga dan binnen via de (oude) N340 en zit dan ten zuiden van de spoorlijn en het station. Het is nogal een gezoek om ergens een plek te vinden waar je die spoorbaan over kunt steken, het staat niet duidelijk aangegeven en veel weggetjes lopen dood op die spoorbaan. Het is ook erg druk in de stad wat het zoeken niet eenvoudig maakt. Als we eenmaal op de juiste weg zijn aangekomen trekt al vrij snel de lucht geheel grijs dicht en begint het zachtjes te regenen! Net voor de vreselijke bui losbarst bereiken we Puerto de la Torre waar we een flinke koffiepauze inlassen. Na 3 kwartier klaart het op en vervolgen we onze weg. De wind is behoorlijk stevig en we hebben soms moeite om op de fiets te blijven bij al te krachtige windstoten.


Bij de splitsing ten zuiden van het stuwmeer staat een verwarrend bord dat aangeeft dat de 'carretera cortado' (weg gesloten) is, maar op welke van de twee wegen dat slaat is niet duidelijk. Wij kiezen maar voor de MA224 naar Almogía, dat is wat langer naar Antequera dan via de andere weg, maar wel mooier. De weg klimt rustig omhoog, de lucht rechts van ons is loodgrijs, maar wij fietsen nog in de hete zon. De wind wordt nog heviger en we belanden soms in de berm! In Almogía besluiten we maar om in het hostal dat daar staat (Hostal La Loma) onze intrek te nemen, omdat de sterke tegenwind en de dreiging van veel regen en onweer, het vrijwel onmogelijk maken om vandaag nog Antequera te bereiken, temeer daar dan nog de loodzware klim langs El Torcal op het menu zou staan.
De fietsen gaan in de garage, de bagage op de kamer en wij in de eetzaal waar we een functionele lunch naar binnen werken. Later verkennen we het dorpje nog wat (het blijft hier droog) en nemen als diner 's-avonds maar wat wijn en tapas. De lunch was voldoende.


Almogía – Villanueva del Rosario

30 april – 39 km
De weerberichten voorspellen niet veel goeds voor de streek waar we heen zouden willen (het gebied ten noorden van de weg Granada – Sevilla), daarom passen we de route maar aan. In Villanueva del Rosario, waar we nu naar toe zullen gaan, is in ieder geval een hotel te vinden. Buiten is het 12°! Bewolking maar ook blauwe stukken en weer veel wind. De weg gaat door een zeer bloemrijk landschap en alle heuvels zijn flink groen. Toen we hier in 1995 waren, was het landschap na een periode van 4 jaar zonder regen, een uitgedroogde woestijn. De weg klimt en daalt (en wij natuurlijk ook).
Een paar kilometer voor Villanueva de la Concepcion staat weer zo'n bord: 'carretera cortado', hebben we dan gisteren verkeerd gegokt en moeten we de hele weg weer terug? Er is op dit punt ook een bar waar we koffie drinken en we gaan eens vragen hoe dat nou zit met die weg. Het blijkt allemaal reuze mee te vallen: er zijn wat verzakte stukken, hier en daar een forse kuil en zelfs stukken geheel zonder wegdek, maar alleen de allerzwaarste wagens kunnen er niet overheen en op een fiets is het geen enkel probleem. We rijden verder in de richting van Vva de la Concepcion. Op de achtergrond de machtige rotswanden van El Torcal, waar we in 1995 onder wel heel wat warmere omstandigheden waren. Toen was het 38°!
Als je Vva. de la Concepcion door bent gereden, kom je aan het eind van het dorp op een splitsing terecht: rechtdoor naar El Torcal en Antequera via een zeer steile klim, en rechtsaf het dorp in dalen. Dat doen wij, want we moeten de afslag naar de Puerto de las Pedrizas hebben. Die weg staat wel op de Michelin kaart, maar op geen enkele Firestonekaart, terwijl er wel degelijk een weg ís.


Eerst dalen over 2 kilometer – met zo'n 10% – naar de rivier toe, en dan gelijk weer met hetzelfde percentage naar boven! Daarna wordt het wat eenvoudiger en rijden we door licht golvend landschap verder. Waar de weg de hoofdweg naar Antequera kruist, is een onoverzichtelijk situatie ontstaan met veel viaducten, op- en afritten, onduidelijke afslagen, hekken, een nieuwe weg, een oude weg en geen enkele aanduiding. Bovendien staat hier ook nog eens een bijzondere ongure wind!

Wij rijden eerst een stukje parallel aan de linkerkant van de hoofdweg naar het noorden, steken die dan over via een brug, dalen dan aan de rechterzijde van die hoofdweg naar weer een andere hoofdweg die naar Loja gaat en belanden dan uiteindelijk op de gezochte weg. Deze weg verkeert echter in bijzonder slechte staat door het vele bouwverkeer, en het lijkt erop of op sommige plaatsen de weg gewoon door bulldozers opzij is geschoven. Met onze fietsen komen we er wel overheen, een auto is hier echter kansloos (zelfs met 4-wiel aandrijving). Het zal mij benieuwen of deze weg er over twee jaar nog is, nu slingert hij zich nog links en rechts onder de nieuwe weg door, straks is er alleen nog maar een nieuwe weg.
Het hotel 'Ventas las Delicias' is snel gevonden, het ligt vlak voor het dorp. We hebben een mooie kamer met fraai uitzicht. De fietsen staan weer keurig in een aparte ruimte. Omdat het douchewater nog niet warm is, houden we eerst maar even een siesta en als het dan nog niet warm wil worden ga ik maar eens informeren: vergeten de hoofdboiler aan te zetten! Niet zo heel verwonderlijk overigens, want we zijn de enige gasten. We lopen later naar het dorp, het is in de zon nu heerlijk warm, doen wat inkopen en eten 's-avonds heerlijke forel.


Villanueva – Vélez-Málaga

1 mei – 61 km
Zwaar bewolkt en 9°! Dik aangekleed rijden we weg via de MA225. Na Villanueva del Trabucco slaan we af naar de Puerto de Los Alazores. Een prachtige weg door een mooi rustig en groen gebied met weer volop bloemen. De weg zelf is niet heel erg best, maar er hoeft niet veel te worden geklommen. Pas bij de aansluiting met de weg naar Loja (die van de Los Alazores afkomt) begint een echte klim van een km of 7. Dit is een mooie weg met fraaie vergezichten in de vallei naar Alfarnate toe.


Puerto de Los Alazores

Veel velden vol met papavers. We passeren een naamloze Puerto en beginnen dan aan de afdaling naar de hoogvlakte rond Zafarraya. Deze weg is van beroerde kwaliteit, vol gaten en slecht (of niet) gerepareerde stukken. Het landschap ondergaat ook een mooie verandering. Na de Puerto de los Alazores is het glooiend en groen, hier is het een zeer rotsig landschap vol met duizenden rotsblokken die over het gehele gebied liggen verspreid. Daar tussendoor weer wel miljoenen bloemen! Het doet ons een beetje denken aan de ingang van Yosemite bij de Tiogapass waar we in 1996 een mooie tocht hebben gemaakt.


Na een korte rust en eetpauze in Zafarraya rijden we door naar de Puerto Natural die we nog goed kennen van 3 jaar geleden. De zon is inmiddels flink gaan schijnen en het is nu aangenaam weer. We moeten nu besluiten welke richting we opgaan: door naar Alhama de Granada of richting kust. Het wordt de kust, omdat de weerberichten nog steeds slecht weer voorspellen voor de meer landinwaarts gelegen gebieden. We mogen nu aan een afdaling beginnen die we in 1995 onder tropische hitte in omgekeerde richting –klimmend– hebben gedaan. Een leuk vooruitzicht. De weg is heel overzichtelijk, geeft naar alle kanten mooi uitzicht maar is van slechte kwaliteit. Dat was 3 jaar geleden anders, toen reden we over een goede weg. Toch is het een indrukwekkende afdaling. Bij de afslag naar Periana krijgen we heel onverwachts een regenbuitje over ons heen – terwijl recht voor ons de middellandse zee in stralend blauw ligt te schitteren – klimmen nog een klein stukje langs de autoweg omhoog (het wegdek is hier natuurlijk weer in orde) en zoeven dan snel door naar Vélez. In Hotel Dila nemen we onze intrek. De fietsen mogen op de eerste etage in een gangkast staan. Veel hotels zijn op dit moment nog in een soort winterslaap. Je kunt er wel terecht, maar vaak ben je de enige gast en wordt er pas opengedaan na aanbellen. Er lopen hier nogal wat zwervers rond. Overigens heeft Vélez voldoende hotels.


Vélez-Málaga – Nerja

2 mei – 54 km
Direct naast het hotel begint de fraaie bergroute over de MA117 naar Daimalos en Archez. Het is warm en zonnig weer, en voor het eerst kunnen we in korte broek vertrekken! Deze weg slingert zich in tientallen bochten naar boven, daalt dan weer naar Arenas – waar we koffie drinken – en dan weer mooi klimmen naar Daimalos. Verder gaat de weg klimmend en dalend via Corumbela, en Archez naar Cómpeta. De hele route ligt de weg zeer mooi tegen de hoge bergflanken aan en rijden we met zeer fraai uitzicht op de diepe dalen. De vele windingen openen steeds een ander gezicht op het land en de lucht: in het noorden donker en dreigend, in het zuiden stralend blauw.


Af en toe is er wat lichte regen of motregen, soms niet meer dan een druppel maar de steeds meer dreigende en donkere luchten doen ons besluiten om, als we eenmaal in Torrox zijn, het laatste stuk van de route naar Nerja over de kustweg te rijden en de route via Frigiliana door de bergen te laten voor wat zij is. Eenmaal op de kustweg –die niet erg druk is– schuilen we op en gegeven moment toch maar even in een wegrestaurant voor de dreigende luchten en de mogelijke buien, maar die willen niet doorzetten. Dan maar door naar Nerja waar we in Hostal Don Peque een onderkomen vinden. De fietsen kunnen in het berghok onder de trap naar boven. Direct er tegenover is een uitstekend restaurant waar we 's-avonds goed eten. In Nerja zijn veel Engelsen.


Nerja – Salobreña

3 mei – 42 km
Een zeer blauwe lucht, veel zon en lekker fietsweer. En dat blijft de zo totdat we in Salobreña zijn. De kustweg is niet al te druk, er is een brede vluchtstrook en op veel plaatsen zijn er parallelwegen die de dorpjes en stranden aan de kust aandoen. Dit zijn goede alternatieven voor de hoofdweg, alhoewel je uiteraard meer rijdt en ook meer moet klimmen. Deze weg lijkt voor een deel sterk op de kustweg via de Hwy 1 in California die we in 1996 hebben gereden. Licht klimmend en dalend schuiven we voort. We zijn vrij snel in La Herradura waar we de weg over de landtong nemen om de tunnel in de N340 te ontlopen. Hier is de gelijkenis met de 17-mile drive in Monterey weer opvallend!
Hier krijg ik overigens wat problemen met mijn derailleur, problemen die ik pas twee dagen later weet op te lossen, omdat niet goed duidelijk is wat het probleem precies is.


De ketting blijkt niet goed op de lichtste versnellingen te blijven liggen en schiet steeds door naar een zwaardere. Alle middelen die in het verleden wel werkten (stelschroefjes, kabelspanners enz.), hebben geen effect.
Na Almuñecar wordt de weg drukker en de omgeving saaier. Veel suikerriet, plastic kassen en vervuiling langs de weg. In Salobreña moeten we even zoeken naar Pension Arnedo. Een piepkleine kamer met een piepklein balkon (met mooi uitzicht op de besneeuwde Sierra Nevada), een grote gemeenschappelijke badkamer en een groot gemeenschappelijk balkon waar ook de fietsen –overdekt– kunnen staan. Na ons te hebben opgefrist willen we naar buiten voor een verkenning, maar dan barst een enorme regenbui los die in korte tijd alle laaggelegen straten blank zet. De bui houdt een uur aan, dan gaan we er toch maar op uit. We zijn twee minuten onderweg als de regen weer losbarst! Dan maar een bar in waar we met sherry en tapas ons een beetje op proberen te warmen. We stappen weer op (in de regen), wachten op onze kamer maar af, en uiteindelijk wordt het inderdaad droog waarna we in de pizzeria onze honger kunnen stillen. Gedurende de nacht regent het weer flink.


Salobreña – Castell de Ferro

4 mei – 33 km
We zijn vroeg wakker en zien de zware bewolking snel optrekken. We rijden naar Motril waar we koffie drinken en gaan dan via de route door de bergen naar La Garnatilla. Vanaf dat plaatsje is het nog een stevige klim van zo'n 8 kilometer. Het weer is echter perfect: 18° – 22° en wind mee! Na de top van de klim, met een prachtig uitzicht op Calahonda midden tussen de plastic kassen, volgt een hele lange mooie afdaling via Gualchos naar Castell de Ferro.
De hele weg ligt weer prachtig langs diepe dalen. Overal weer bloemen, vogels, bijen en ander spul. Langs de kust op regelmatige afstanden de bekende Moorse wachttorens. Eenmaal in Castell besluiten we maar om daar te blijven. Het plaatsje ligt er prachtig bij, een hotel direct aan de boulevard (nou ja, boulevardje) en heerlijk weer. De vooruitzichten zijn inmiddels zodanig dat we morgen verwachten weer meer landinwaarts te kunnen fietsen, en we zitten hier precies ten zuiden van de Alpujarras.


Nog verder langs de kust reizen lijkt nu niet meer noodzakelijk.
We zitten in Hostal Bahia en de oude hotelbaas zit de hele dag voor de deur of in de hal van het hotel.

We maken een praatje met hem, hij is zeer geïnteresseerd in onze fietsen en we krijgen een komkommer van hem cadeau! Na de lunch en siësta maken we een mooie strandwandeling, bekijken de vissersbootjes die te water gaan en eten later op ons balkon met uitzicht op de zee. De wind is gaan liggen!


Castell de Ferro – Polopos


Terugblik op Castell de Ferro

5 mei – 17 km
Dit wordt de kortste etappe van deze vakantie!
We volgen de oude kustweg naar La Mamola, drinken daar koffie en beginnen dan aan een klim van ruim 700 meter naar Polopos. Gemiddeld zo'n 8%. Het is heet (23°–28°) en er staat nauwelijks wind. We krijgen tientallen bochten te verwerken en hebben steeds een fraai uitzicht op de zee, de kustplaatsen en de diepe dalen vlak naast ons. Boven de bergen hangt rond de middag nog wat bewolking. In Polopos is maar één pension: 'La Posada', dat wordt beheerd door een Engels echtpaar, en je waant je hier ook inderdaad in een echte Engelse cottage. We besluiten er te blijven en krijgen een uitstekende ontvangst.


We maken een prachtige wandeltocht door de vallei naast het dorp, verkennen het dorp zelf en krijgen een heerlijk diner!
Ik heb 's-middags mijn fiets onderhanden genomen. Voor ik vertrok had ik nieuwe voorbladen, een nieuwe ketting en een nieuwe achtercassette gemonteerd. De oude set had er ruim 6000 kilometer op zitten. Ik vermoed dat de ketting nog te lang is, kort die twee schakels in en ontdek dan ook dat de cassette niet meer goed vast zit! De afsluitende rand op het kleinste tandwiel is losgedraaid. Thuis niet goed gemonteerd? Losgetrild? Hoe dan ook, de zaak wordt hersteld en alles werkt weer als vanouds.


Polopos – Ugíjar

6 mei – 54 km
Een felle zon en een strak blauwe lucht. Na een stevig Engels ontbijt rijden we in anderhalf uur de resterende klim (van 7,5 km ) naar het op 1280m hoogte gelegen Haza del Lino. De weg slingert zich met vele bochten door en tegen de bergen. Fantastische vergezichten langs de kust en als we eenmaal boven zijn, hebben we voor het eerst deze vakantie een onbelemmerd uitzicht op de nog zwaar besneeuwde Sierra Nevada met de Pico Veleta en Mulhacén goed zichtbaar.


De besneeuwde Sierra Nevada op de achtergrond. In 1995 lag er geen vlokje!

We rijden over de GR443 naar Venta del Tarugo, een weg die zo'n vijftien kilometer de bergkam volgt en af en toe wat klimt, dan weer wat daalt maar steeds prachtig uitzicht geeft over links: de Sierra Nevada, en rechts: de Middellandse Zee.
De weg ligt steeds op zo'n 1000m hoogte en de temperatuur is ruim 20°. Er staat wat wind.


Tenslotte volgt een mooie, overzichtelijke afdaling naar Cádiar. Vlak voor dat plaatsje moet je door een prachtige, in de rode rotsen uitgehakte, diepe kloof! In Cádiar eten we wat op het dorpspleintje, kopen wat te eten voor onderweg, want we hebben nu een belangrijk beslissingspunt in onze tocht bereikt: Gaan we nu al de hoge Alpujarras in (richting Trevélez) of zullen we eerst richting lage Alpujarras en Almería gaan?
Omdat het weer nog steeds iedere middag wat omslaat naar meer bewolking en donkere luchten boven de bergen, besluiten we ons traject te vervolgen in de richting van de blauwe luchten. We klimmen het dorp weer uit en dalen dan spectaculair af naar Yátor door een woest gebied met gedeeltelijk afgegraven rotsen, ingestorte bergen, modderheuvels, rivierbeddingen en wat al niet meer. Geheel onverwacht ligt dan Yátor ineens om de hoek, midden in de afdaling. Heel verrassend! Vooral omdat dat nu weer in een zeer groene en bloemrijke vallei ligt. De weg daalt nu met de rivier mee door een heel idyllisch gebied. De weg klimt weer wat, daalt wat en voert door een vruchtbaar gebied. Dan volgt weer een lange afdaling en het landschap verandert nu in een soort woestijngebied met veel lage planten, zanderige rotsen en veel gele bloemen. Met nog wat klim- en daalwerk nadert nu Ugíjar waar we om 16.00u het dorp binnen klimmen.
We zitten in Hostal Vidaña. Fietsen kunnen weer in de berging en het eten is er 's-avonds uitstekend.


Ugíjar – Alhama de Almería

7 mei – 65 km
Geheel onbewolkt. We klimmen het dorp uit en daarna een mooie afdaling naar Cherin dat ook al (net als Yátor) in een vruchtbare groene vallei ligt. Via een mooi landschap vol diepe gorges rijden we naar de Rio Lucairena. Op de brug over de rivier kun je Alcolea al goed zien liggen, maar we moeten nog wel eerst wat klimwerk verrichten. De sterke oostenwind wordt nu goed merkbaar, en we stampen maar voort, alsmaar klimmend, tegen die wind in. Naar Alcolea toe een korte stevige afdaling, koffie, en dan weer verder. De wind wordt sterker, we rijden nu over een soort hoogvlakte naar Laujar de Andarax.
Het landschap is prachtig, de wind is vervelend. We pauzeren in Laujar, er is een uitstekend hotel, maar we willen eigenlijk toch wel verder. We rijden nu door een werkelijk fantastisch landschap via Fondón, Almócita en Padules naar Canjáyar. Miljoenen bloemen!


Na Fondón eerst nog klimmen, dan een spectaculaire afdaling naar Canjáyar, waar een kathedraal zeer fraai op een hoge rots boven het dorp ligt. Wij kijken daar al dalend weer bovenop! Het blijft waaien, maar omdat het nu zo warm is (30°), zijn we er wel blij mee. Na Canjáyar wordt het gebied steeds droger en onherbergzamer. Het zijn Grand Canyon-achtige rotsvormen. De weg wordt hier ook gekanaliseerd. Tot aan Illar is het voornamelijk vlak of licht klimmen/dalen, maar later toch weer stevig omhoog, en in de hitte met de vermoeide lichamen valt het niet mee. Uiteindelijk rijden we om 17.00u Alhama de Almería binnen en komen terecht in Hotel San Nicola – Balneario. Een echt ouderwets Spa hotel. De omgeving is hier nogal troosteloos en Alhama is een beetje een uitgestorven en saai oord.


Alhama de Almería – Almería

8 mei – 41 km
Om 9.00u rijden we het hotel uit. Er is wat bewolking. In de afdaling van de AL-3411 (de weg naar Gádor) kom je langs 'Los Millares', een 5000 jaar oude nederzetting waarvan de resten zijn/worden blootgelegd. Het is een beetje moeilijk om alles op zijn waarde te schatten. Archeologisch moet het belangrijk zijn, maar je hebt veel minder aanknopingspunten dan bij bv. de resten van de Griekse beschaving op Kreta.
5000 jaar geleden was het hier zeer bosrijk en vruchtbaar, en was de rivier voor schepen bevaarbaar. Daar is nu geen sprake meer van!
Bij het uitrijden van het terrein kun je het beste linksaf slaan in de richting van Gádor, je kunt dan blijven dalen en rijdt door een interessant gebied met veel rotswoningen! Zo'n 15 kilometer vóór Almería wordt het een drukke autoweg, en kun je maar het beste het verstand weer op nul zetten.


We rijden Almería binnen, schrikken van de drukte, het lawaai en de warmte, rijden door naar de boulevard waar het wat aangenamer is, en besluiten dan door te gaan naar Cabo de Gata. Even buiten Almería ligt een heus fietspad naar de universiteit. Je hebt hier een prachtig uitzicht op de baai vol met marineschepen en de kaap in de verte ziet er indrukwekkend uit. Maar windkracht 8 tégen, langs de kust, met bagage, is niet te doen, en daarom keren we om. We vliegen nu over dat fietspad en de boulevard, vinden bovendien een uitstekend hotel (Delfin Verde) direct aan die boulevard met een heerlijk restaurant ervoor en besluiten daar dan maar te blijven. We maken een heerlijke wandeling over het strand en de boulevard.


Almería – San José

9 mei – 52 km
Mooi weer met sluierbewolking. Veel minder wind dan gisteren. We racen nu in de richting van Costacabana waar het vliegveld van Almería ligt en hier neemt de wind weer toe! In Retamar is het koffietijd en daarna duiken we het gebied in dat de Cabo de Gata wordt genoemd. Een belangrijk natuurgebied. Het is een open en dor landschap van vulkanische oorsprong, wat goed te zien is aan de kleur en de vorm van de rotsen, met name als je voorbij de vuurtoren bent. ⇒


We rijden weer stevig tegen de wind in, maar nu zijn we nog fit en hebben er geen moeite mee. We eten in het plaatsje Cabo de Gata (waar overigens een stuk of drie hotels zijn te vinden) met uitzicht op de zee en uit de wind.
In de richting van de zoutfabrieken bij La Almadraba de Monteleva hebben we de wind nu mee. Op de kaap Cabo de Gata staat een flinke rots, en die moeten we op. Het is niet erg hoog, maar wel behoorlijk steil. Dan een korte denderende afdaling naar de vuurtoren.



Houden we stand met die storm?

Hier begint dan een stuk weg naar de wachttoren toe (Torre de Vela Blanca) waarvan we niet weten of we, als we eenmaal daarboven zijn, ook verder kunnen, of dat alle moeite vandaag voor niets was en we terug moeten. De kaarten en de gidsen zijn onduidelijk. De weg naar de wachttoren is Engels model: 20%! We worstelen naar boven, ik heb al een paar dagen last van mijn knie, en besluit maar te gaan lopen op de steilste stukken! De klim is niet lang, en eenmaal boven staat er een groot hek over de weg, maar er is een doorgang voor wandelaars en fietsers.
De wind is hier op de top van de kaap stormachtig, de weg is nu onverhard en model wasbord, maar gelukkig wel weer naar beneden! Met de wind erbij is dat toch nog een behoorlijk lastige klus, af en toe wordt je de goot in geblazen, we moeten soms stilstaan om niet ondersteboven te worden geblazen, maar mooi is het zeker. De kust waar we nu mooi op uit kunnen kijken ligt er woest bij, de golven slaan met grote schuimexplosies op de rotsen te pletter.
Als we weer op zeeniveau zijn aangekomen moeten we weer een hek door, en dan volgt nog een stuk van 9 kilometer over een zeer slechte gravel/keienweg. Het staat hier vol met cactussen, planten, palmen en overal zijn mooie kleine –door rotsen beschutte– stranden.

We zijn behoorlijk moe door de harde wind, en het laatste stuk valt niet mee. In San José komen we in het mooie Hostal Bahia. Een aangename kamer en ik geloof ook weer dat we het rijk alleen hebben. Fietsen kunnen beneden in de grote eet/feestzaal die nu toch niet wordt gebruikt.
We lopen even langs bij de VVV, waar we gelijk ook even vragen wat dat voor een logo is dat je hier overal ziet (plaatje rechts).
Het blijkt een kopie te zijn van een rotstekening in een van de grotten in deze streek. Het wordt een Indalo genoemd, en je ziet hem in veel hotelkamers en huizen afgebeeld. Sommige hotels heten ook 'Hotel Indalo'. Het is typisch voor de provincie Almería.
We kopen bij de supermarkt eten om op onze kamer 's-avonds te kunnen wegwerken. In het dorpje hebben ze zulke wind nog niet vaak meegemaakt, de vuilniscontainers waaien over de straat! We zien op onze kamer later nog dat Nederland bij het Eurovisie Songfestival zomaar een 4e plaats haalt. (opm. 2011: zo'n hoge positie heeft ons land sindsdien nooit meer gehaald!)


San José – Carboneras

10 mei – 51 km
Veel bewolking bij het opstaan, later meer opklaringen. Temperatuur is aangenaam. We rijden eerst naar El Pozo, richting van de kust. Via Los Escullos komen we dan bij de korte maar zeer hevige klim bij Cerro del Noble. Daarna denderen we naar Rodalquilar. Er vallen wat regendruppels en we drinken er koffie in een bar. Het klaart weer op als we verder rijden naar Fernán Pérez. Hier zit ook weer een aardige klim in naar de Risco de Bornos (300m). Daarna volgt een mooie lange afdaling naar Fernán Pérez, een klein en slaperig dorpje dat we inrijden om op het dorpsplein een flink ijsje te nuttigen. Het is inmiddels zo'n 26° geworden. Er loopt vanaf hier ook een onverharde weg door een zeer desolaat gebied naar Agua Amarga en de hoofdweg naar Carboneras. Het begin van deze weg is een beetje moeilijk te vinden, er staat ook geen bord bij, behalve 'Salidas Camiones' (uitrit vrachtwagens), en die komen inderdaad op dit weggetje voor als ze uit de mijnen die hier worden geëxploiteerd, op weg gaan naar de fabrieken. Als je bij het zoeken naar dit weggetje een Romeins aquaduct aan je rechterhand ziet, ben je al te ver doorgereden. Als we op dit weggetje zijn aangeland, komt er opeens weer veel bewolking, grijze dreigende luchten, wind en in de verte ook wat onweer opzetten. We geven vol gas en de 9 kilometer rijden we in een krappe 3 kwartier. Gelet op het feit dat deze onverharde weg van matige kwaliteit is, er af en toe moet worden geklommen, de wind tegen is en we toch nog af en toe stoppen om rond te kijken, is dat een heel behoorlijke prestatie!


Als je bij de mijn bent, moet je op de splitsing rechts aanhouden. Bij het naderen van de asfaltweg zie je een molen, kort daarvoor is ook weer een splitsing (nog in het onverharde gedeelte) die je ook rechtsaf kunt nemen als je via de kust naar Carboneras wilt. Wij gaan via de hoofdweg (vanwege het weer, het druppelt af en toe een beetje), en gaan dus bij die molen naar links. Na 3 kilometer volgt dan de aansluiting met de hoofdweg naar Carboneras. Een mooie, nieuwe weg. Hier trekt de lucht weer helemaal open, en wordt het binnen 10 minuten geheel onbewolkt en stralend blauw! Temperatuur stijgt, wind blijft! Zóveel klimaatwisselingen op een dag hebben we nog niet gehad! Ook nu weer moeten we bij het dalen, door de sterke tegenwind, meetrappen om niet in de afdaling stil te vallen!
In Carboneras hebben we hotel 'Sol y Playa' direct aan het strand. Kamer met balkonnetje met uitzicht op de fraaie zee. De fietsen kunnen beneden in de hal staan, maar wij vinden het veiliger om ze 's-nachts in de kamer te zetten.
We komen hier ook een Frans echtpaar tegen dat met twee kinderen (van 8 maanden en van 3 jaar) op de fiets rondtrekt. De kinderen zitten in mooie mandjes achterop en de bagage vervoeren ze in een fietskar! We wisselen ervaringen en adressen uit.
Mijn ketting gaf weer problemen, en er blijkt nu een schakel in de ketting los te zitten waardoor er af en toe spontaan geschakeld wordt en er tijdens het fietsen een regelmatige tik is te horen. Ik vervang de kapotte schakel door het stukje dat ik er een paar dagen geleden heb uitgehaald, loop alles nog eens goed langs en zet de boel in het vet, waarna de fiets de rest van de tocht geen problemen meer geeft. We gaan later op het strand zitten, waar het in de luwte van een bootje, maar in de volle zon, zeer heet is. Het restaurant bij het hotel heeft een voortreffelijke keuken.


Carboneras – Turre

11 mei – 35 km
Het regent behoorlijk in de nacht maar bij het opstaan is het in ieder geval droog, maar wel grijs bewolkt. De weg langs de kust is licht klimmend en dalend, er is alleen een stevige klim naar Sopalmo. Hier zien we het Franse echtpaar weer voor ons uit rijden. Ze stappen net af bij een bar, we gaan erbij zitten, een oude Spanjaard zit ook nog op een bankje naast ons en zo zijn we, met koffie en gesprekken, al gauw een uur verder!
We zetten koers naar Mojácar, maar vanaf Agua de Enmedia is het één lange weg met hotels, hostals, campings, pizzerias, cafes, bars, appartementen, peluquerias, pensiones, heladerias en meer vakantievreugd (met vooral veel Engelsen).


We besluiten dan ook door te gaan naar Garrucha: idem ditto. Dan maar landinwaarts, en in Turre vinden we een aangenaam hostal 'El Pago'. De fietsen mogen op de binnenplaats staan en wij eten in het restaurant. Het weer klaart heel mooi op in de avond.
Gelet op het aantal dagen dat we nog hebben te gaan, moeten we nu ook besluiten wat de volgende etappe zal gaan worden. Het weer lijkt zich te stabiliseren, en we zouden bv. nu de route kunnen gaan rijden die we oorspronkelijk voor de heenweg hadden bedoeld. Omdat we dan echter de Alpujarras niet meer zouden kunnen zien, besluiten we toch om via Tabernas en Abla weer die kant op te gaan. Zodoende hebben we vandaag onze grootste afstand tot Málaga bereikt, en zullen we vanaf nu geleidelijk aan die stad weer naderen.


Turre – Tabernas

12 mei – 69 km
We staan vroeg op, er is dunne bewolking en veel blauw! Volgens de waardin van ons hostal is er in Tabernas ook een hostal, en dat zou ons goed uit komen.
Via Alfaix rijden we naar Los Giles en La Huelga. Volgens de Michelinkaart moet die weg doorgaan naar de E15, om er daar aan te sluiten op de AL140 naar Sorbas. In La Huelga lijkt de weg echter te stoppen, bewoners zeggen ook dat je niet verder kunt en we besluiten dan maar om om te keren en de 9 kilometer over de (eigenlijk voor fietsers verboden) autovia te rijden. Zo gezegd, zo gedaan. De weg heeft gelukkig een brede vluchtstrook, en daar is het eigenlijk best goed fietsen. Bovendien gaat de zon flink schijnen, en als we de afslag naar de AL140 en Sorbas bereiken, is de temperatuur opgelopen tot 25°, het is heet, droog, blauw én windstil! Overigens kan ik vanaf de hoofdweg aan de linkerzijde steeds een parallelweg zien liggen. Volgens mij hadden we vanaf La Huelga gewoon door kunnen rijden.


Nu volgt een lichte klim, dan een fraaie afdaling in de vallei van Los Molinos de Rio Aguas – het is eigenlijk een soort Gorge – waarna een klim volgt om daar weer uit te komen. Het zijn hier indrukwekkende rotspartijen. Dan gaan we verder naar Sorbas, veel dalen maar ook veel vrachtverkeer! Sluiproute of afgraving?
Na Sorbas volgt een mooie weg. Schaduw van de bomen, goed asfalt, weinig verkeer en na Los Yesos vooral dalend. Links de Sierra de Alhamilla, rechts de Sierra de Los Filabres en vóór ons de lange rechte weg! In dit laatste stuk is vooral opvallend dat er op de meest bizarre lokaties ineens een eenzame disco staat! Zomaar een fel gekleurd gebouw midden in het dorre land met een groot bord: 'Disco'. Zou dat vanwege de hier vlakbij gelegen filmindustrie zoals Mini Hollywood en Texas Hollywood zijn? (Dát staat trouwens aangekondigd als Texas Hoollywood, op een billboard van 10m x 5m!)
Hostal Garcia in Tabernas is nou ook niet de meest ideale lokatie, maar iets anders is er hier niet. Vrij prijzig voor een kamer zonder ramen, een gammele badkamer en een waardin die ook de vrolijkste niet is. We eten 's-avonds in een restaurant bij het benzinestation. Daar komen veel mensen, ook van de hier in de buurt opererende filmploegen, en het smaakt er uitstekend.


Tabernas – Doña Maria

13 mei – 43 km

In de vroege ochtend heeft het geregend. Als we vertrekken is het droog met stukken blauw, maar ook veel wolken. We passeren op weg naar de splitsing met de A92 (vroeger de C3326) diverse 'Hollywood' locaties. Het landschap ziet er indrukwekkend uit: veel gorges, spleten, rotsen, dalen en Grand Canyon-achtige taferelen. Daar tussenin heeft men op diverse plaatsen 'Western' stadjes nagebouwd.

Naar de splitsing toe is het voornamelijk dalen, dan begint weer een klim. We genieten nog even van dit 'western' landschap, maar al snel maakt dat plaats voor een tamelijk saaie hoogvlakte met allemaal jonge aanplant of kale vlaktes, en bovendien hebben we hier ook nog eens de wind volop tegen! De lucht zit inmiddels helemaal dicht, er is veel verkeer en het verstand moet op nul. In Gérgal drinken we koffie en gaan we na een korte pauze aan het volgende deel beginnen. Even buiten het dorp trekken we warmere kleren aan, en nog even verder gaat de volledige regenuitrusting aan. We fietsen een halfuur in de regen, dan breekt de zon weer door, het landschap wordt nu wat vriendelijker, de heuvels wat meer begroeid, maar in de lange mooie afdalingen moet we wel weer bijtrappen!!
Vlak voor Doña Maria wordt het weer opnieuw slechter en we besluiten om in het hier gelegen hostal 'Las Tres Villas' een kamer te nemen. We zijn er vrij vroeg, nemen eerst een uitgebreide lunch en daarna maar een siësta. Het dorpje verkennen heeft later niet veel zin, Er zijn maar drie straten en vijftig huizen en er is werkelijk geen klap te beleven! Omdat de lunch voldoende was, kunnen we in de avond volstaan met wat wijn en tapas.
Deze dag zal later wel de slechtste van de vakantie blijken te zijn. Regen en wind maken het fietsen onaangenaam maar daar kun je je wel tegen kleden. Het saaie landschap en de drukke weg echter maken dit traject minder geschikt om te fietsen.


Doña Maria – Laujar de Andarax

14 mei – 49 km
Als we vertrekken is het koud en winderig. We fietsen in trui met windjack én een lange broek. Het is 12°. Geen regen. Het gedeelte naar Abla is snel gedaan. Daar kunnen we met moeite wat inkopen doen, want er is een algemene staking aan de gang. Dit in verband met de door de Europese Unie aangekondigde maatregel die de aanplant van olijven moet beperken. In Spanje is dat zeer hard aangekomen en in Andalucia wel het hardste; je kunt hier geen meter fietsen zonder een olijfboom te zien!
Hier slaan we af in de richting van de Alpujarras. De weg gaat met steile stukken snel omhoog het dal uit, en we hebben al gauw een mooi uitzicht op het dal waar we gisteren zo hebben geploeterd. Bovendien hebben we nu voor de verandering eens de wind mee! Er moet geklommen worden naar 1200 meter hoogte. De totale klim is zo'n 10 kilometer lang, maar grote gedeelten zijn vrij vlak zodat de steile gedeelten ook echt steil zijn!


Op weg naar Tices, weer terug in de Alpujarras.

Er wordt hier intensief aan de weg gewerkt. Op veel plaatsen is het oude wegdek weggeschraapt, en op de kale ondergrond komt dan een nieuw stuk te liggen. Op de overgangen van die stukken heb je dus steeds een vervelende drempel van een centimeter of 10.


Klimmend is dat niet zo heel erg, maar dalend is dat wel vervelend omdat je steeds vol in de remmen moet om op de lange overzichtelijke afdalingen niet onderuit te gaan op zo'n drempel. In de richting van Tices moet behoorlijk worden gedaald. Dan weer een korte klim en dan volgt een reusachtige afdaling naar Ohanes. We hebben vanaf dat punt een werkelijk fenomenaal uitzicht op de vallei van de Andarax met de weg (die we vorige week hebben gereden naar Alhama de Almería) nu helemaal in de diepte. Alle dorpjes waar we vorige week doorheen of langsreden, liggen nu beneden ons Bovendien is het weer sterk aan het verbeteren en we fietsen inmiddels grote stukken in de zon.
Vlak voor Ohanes is een kruising: rechtsaf het dorp in óf eromheen, linksaf denderend dalen naar Canjáyar. Wij moeten via Beires naar Laujar, en dus moeten we zeer steil om Ohanes heen klimmen. Misschien dat je ook wel via het dorp zelf kunt, maar dan daal je vaak eerst een stuk om vervolgens aan het eind van zo'n dorp tegen een bijna loodrechte wand omhoog te moeten klimmen. Na Ohanes komt er een gedeelte waarin ook weer veel moet worden geklommen voordat uiteindelijk de definitieve daling wordt ingezet naar Beires en Almócita. Een week geleden waren we op weg naar Canjáyar, en vanaf de weg die we nu in de diepte zien liggen, keken we toen in de diepte naar het dorpje. Dat was toen al een flink dal, en we vermoedden toen niet dat we later nog een etage hoger zouden staan.
We komen nu op bekend terrein, we rijden nu alleen in omgekeerde richting. Nog wat licht klimwerk en vervolgens fraai dalen naar Fondón en dan snel door naar Laujar de Andarax waar we neerstrijken in Hostal Fernandez. De fietsen kunnen in de paardenstal. Echt warm is het niet op onze kamer en vandaar dat we kachel maar aandoen, dat hadden we in Spanje nog nooit eerder meegemaakt!


Laujar – Bérchules


Cádiar gezien vanuit Bérchules

15 mei – 50 km
De lucht is blauw, weinig wind en een enkele wolk boven de bergen.
De weg tot aan Ugíjar kennen we. Opvallend hoeveel we toen hebben moeten klimmen, want nu zijn we vooral aan het dalen. De wind speelt geen rol, de zon schijnt en in anderhalf uur zijn we in Ugíjar waar we koffie nemen. Er komt nu weer iets meer bewolking maar het is toch voornamelijk zonnig. Vanaf hier moeten we eerst zo'n 360m klimmen naar Válor, een zeer fraaie tocht in het rivierdal omhoog. De klim gaat daarna verder naar Yegen op zo'n 1000m hoogte. Hier staan langs de kant weer onvoorstelbare hoeveelheden bloemen en het water stroomt overal uitbundig.
Na Yegen wordt er licht gedaald om dan weer Mecina Bombarón in te klimmen en verder door te klimmen naar 1250m hoogte. Ook hier hebben we weer een weids uitzicht op het dal dat we een week geleden in de andere richting – en een stuk lager – doorreden. Alle plaatsen die we toen hebben gepasseerd, zien we nu in 'vogelvlucht' beneden ons liggen. Nu dalen we weer naar de brug over de Rio Guadalfeo en dan gaat het stevig omhoog naar het op 1320m hoogte gelegen Bérchules.

Het hotel bij de ingang van het dorp blijkt vol te zitten met een ploeg fietsers, maar de waardin weet nog een adres in het dorp: 'La Posada', een door een Spaans/Nederlands echtpaar gedreven pension. Diezelfde avond wordt er nog een groep van zo'n 12 Nederlandse wandelaars verwacht die hier een georganiseerde tocht lopen. Het is een mooi oud huis dat goed is opgeknapt. We maken een flinke wandeling in de buurt, vooral in de richting van de vallei beneden het dorp. De zon is weer overvloedig gaan schijnen en het is heet! 's-Avonds eten we met de groep wandelaars gezamenlijk de maaltijd die bij de prijs van de kamer was inbegrepen.


Bérchules – Trevélez


In 1995 reden we hier boven langs! Toen was er geen vlokje sneeuw te zien.

16 mei – 19 km
Het is volkomen onbewolkt. De route voert ons vandaag door een prachtig en groen gedeelte van de Alpujarras. Ook hier weer is de bloemenweelde overdadig. De weg gaat – klimmend en dalend – naar Juviles en dan licht klimmend en gewoon vlak naar de splitsing waar je af kunt slaan naar óf Busquistar óf naar Trevélez. Vanaf dit punt heb je een formidabel uitzicht op het diepe dal met helemaal achterin Trevélez, en daar weer achter opdoemend de machtige rug van de (nu besneeuwde) Mulhacén, met 3479m de hoogste top van het Spaanse vasteland.

De weg naar Trevélez is vooral een kwestie van dalen, met een enkele klim en we zitten dan ook al snel op het dorpsplein dat helemaal beneden in het dorp ligt. Het is het hoogst gelegen dorp van Spanje (1476m), maar dat is een beetje een rare bewering, want het dorp kent een hoogteverschil van minstens 150 meter! In het dorp zelf kun je ook al op 1600m uitkomen. Die hoger gelegen gedeeltes – barrio medio en barrio alta – zijn ook de interessantste plaatsen om een hotel te zoeken.

De route waarlangs wij binnenkomen, komt uit in het laagste gedeelte, maar als je ooit van de andere kant aan komt rijden, sla dan bij binnenkomst in het dorp op de kruising linksaf naar boven, je bespaart je dan een klim van minstens 20% door smalle straatjes!!

sierranevada2009
In januari 2010 zag de Sierra Nevada er zó uit!

Trevelez aan het eind van het dal.

Hoe wij het gedaan hebben weet ik niet meer, maar we zijn fietsend naar boven gegaan. In het echte oude dorp zijn zelfs stukken straat van 30% of meer! Hotel Fragua is een uitstekende keus met bovendien ook nog een zeer goed restaurant. We zitten op de bovenste verdieping, hebben een dakterras en kunnen van daar af de hele omgeving zeer goed bekijken. Het prachtige dal met de volop stromende rivier, de groene hellingen en de besneeuwde toppen. Vanuit deze positie hebben we ook zicht op het 1000m hoger gelegen 'Mirador de Trevélez' waar we in 1995 op onze tocht naar de Veleta langs kwamen en waar vandaan we toen het dorpje helemaal in de diepte zagen liggen. Toen was er geen vlok sneeuw in de hele Sierra Nevada te bekennen!
We maken nog een flinke bergwandeling naar zo'n 2000m hoogte via een pad dat vlak achter het hotel begint. Dit pad leidt ons door een onvoorstelbare wereld van woeste paden, beken, watervallen, paarden, koeien, vogels, planten en bloemen. De temperatuur is aangenaam en het is jammer dat we nu niet meer tijd hebben. De Alpujarras zijn zeer de moeite waard. Ik verwacht dat we hier nog wel weer eens zullen staan.



Trevélez – Dúrcal


17 mei – 66 km
Onbewolkt. We nemen de hoog gelegen uitvalsweg om te voorkomen dat we al te veel moeten klimmen. We hoeven nu alleen maar een lichte heuvel op, klimmen op de hoofdweg nog een klein beetje meer, waarna het grote dalen begint. Een zeer fraaie tocht door de overweldigende natuur met prachtige uitzichten op het dal naast en voor ons en terugblikken op Trevélez en de sneeuwtoppen er omheen. ⇓

capileira2009
In 2010 was ik rond nieuwjaar op een tocht door de Alpujarras. Toen zag het er zo uit! Ook hier weer zicht op Capileira.

Bij Busquistar verlaten we het dal, klimmen licht naar Pórtuges en dalen weer naar Pitres (waar trouwens ook een pension is te vinden, voor het geval dat). Er volgt dan een mooi gedeelte – bloemen – naar het dal van de Poqueira, en als we daar de hoek omrijden opent zich een adembenemend schouwspel: Bubion en Capileira hoog tegen de heuvels en daarachter zo onbeschrijfelijk mooi de besneeuwde Pico Veleta en de Mulhacén. ⇒


Capileira met op de achtergrond de Pico Veleta

Herinneringen aan de tocht die we in 1995 maakten, borrelen weer boven. We kwamen toen van de andere kant dit dal binnenrijden en gingen toen door naar Capileira waar een dag later ons mooiste fietsavontuur ooit zou beginnen. Op het punt waar we nu staan – een hoge rotspunt aan het eind van het dal – hebben we een mooi overzicht over zowel het dal in de richting van Capileira als de vallei rondom Órgiva met daarachter weer de Sierra de la Contraviesa opdoemend. We zitten hier geruime tijd, maken fotos en genieten van het fraaie warme weer. Dan is het tijd om verder af te dalen, alhoewel we nog gespeeld hebben met de gedachte om toch weer door te rijden naar Capileira om te kijken hoe de weg naar de Pico er nu bijligt. Hij schijnt in ieder geval voor auto's geheel gesloten ten zijn en alleen met speciale toestemming zou je er overheen mogen. Ik kan me echter niet voorstellen dat ze een agent bij die weg hebben neergezet die de wacht houdt! Maar de sneeuw boven de 2500m doet ons besluiten dit plan nu te laten varen.
De afdaling is spectaculair waarbij je steeds weer een ander gezicht op het dal en de bergen om je heen hebt. Bovendien is het een vrij steile en heftige afdaling, en we vragen ons af hoe we hier 3 jaar geleden eigenlijk omhoog zijn gekomen! In mijn notities van die tocht doe ik de hele klim met 2 zinnen af, maar we moeten er hard hebben gewerkt, want het was toen ook nog eens behoorlijk heet weer. In de afdaling passeren we Pampaneira waar even de VVV binnenlopen die daar een erg mooi kantoor heeft met een goede collectie kaarten, boeken en andere zaken. We vervolgen de afdaling en ook nu stijgt de temperatuur tot boven de 30°, maar dalend is dat niet zo erg. In Órgiva nemen we een korte pauze, waarna we richting Lanjarón rijden waarbij weer moet worden geklommen, gedaald en geklommen. Nu is de warmte weer wel hinderlijk, temeer daar hier bijna geen schaduw is te vinden en het hete asfalt je doet uitdrogen. Daarom in Lanjarón maar een stevig ijsje genomen en wat water waarna we de weg vervolgen in de richting van de hoofdweg die naar Granada loopt.


De fietsenstalling in Dúrcal

Hier hoeven we alleen maar te dalen en na het passeren van de hoofdweg kunnen wij over de mooie oude weggetjes in volledige rust via Bezoar, Talara en Acequias naar Dúrcal rijden. Je moet op die weggetjes wel meer klimmen dan op de hoofdweg, maar je rijdt veel in de schaduw (van heel veel citroenbomen), en het is veel aangenamer. We rijden hier kilometers lang als enige weggebruikers! Het is 34° als we in Dúrcal aankomen en in hotel Mariami een kamer nemen. De fietsen worden in het trappenhuis gestald, boven op een mooie marmeren zuil!
In Dúrcal wordt vandaag het feest van San Isidro gevierd, en er worden optochten gehouden met mensen in huifkarren, en prachtige stellen op paarden. Het grote dansfeest dat er 's-middags is geweest hebben we helaas gemist.


Dúrcal – Alhama de Granada

18 mei – 65 km
Onbewolkt en 15° als we vertrekken. We moeten nu helaas een stuk de hoofdweg volgen omdat er geen parallelwegen zijn. Via Padul rijden we (licht klimmend) naar de Puerto del Suspiro del Moro. Het is een drukke weg, maar we hoeven niet te lang tussen de vrachtwagens, auto's en motoren te rijden.
Bij de Puerto is een indrukwekkend uitzicht op de besneeuwde kappen van de Sierra Nevada, een uitzicht dat we bij het vervolgen van onze route – in de richting van Alhama – steeds verder zien vervagen in nevel. Vlak na de Puerto is de afslag naar La Malaha (de A385), de michelinkaart vermeldt dit als La Malatiá, maar dat is onjuist. ⇒


Omdat in het Spaans de H niet wordt uitgesproken, klinkt het als La Malá, en dat is de naam die je hier ook wel op borden ziet staan. De weg ernaar toe wordt nu onderhanden genomen, rechtgetrokken, geëgaliseerd en 'verbeterd'. In 1995 reden we deze zelfde weg, en toen was de omgeving volledig uitgedroogd, kaal en zanderig, nu volop groen en alweer: miljoenen bloemen.
In La Malá krijgen we gezelschap van een (oudere) Spaanse wielrenner die met ons meerijdt tot aan Agrón en waarmee we hele gesprekken hebben en die ons helpt een winkel te vinden in Ventas de Huelma. Hij woont in Granada en is reserve officier in het leger.



Het Embalse de los Bermejales

Na Agrón verder klimmen door bloemenvelden en mooie groene weilanden. Dan volgt de mooie afdaling naar het Embalse de los Bermejales dat in 1995 een zielig plasje water was en in een verdorde omgeving lag, nu is het tot de nok gevuld! het is één grote groene oase en overal velden vol met papavers in bloei. Op de stuwdam heb je een fraai uitzicht: aan de ene kant het water tot vlak onder de rand en scholen met forel, aan de andere kant spuit het water uit de centrale! We worden nu met de wind mee bijna de volgende col opgeblazen! Om ons heen papavers, brem, mimosa, cactussen, distels en nog veel meer. Paars, rood, geel, groen, wit en alle schakeringen daartussen. Tenslotte volgt de afdaling naar Alhama de Granada waar we in het zelfde pension (San José) zitten als drie jaar geleden, de eigenaar herinnert zich dat nog. Het weer was vandaag ideaal om te fietsen.

Alhama de Granada – Colmenar

19 mei – 63 km

Bij vertrek: lichte sluierbewoking, windstil en 17°. Om Alhama uit te rijden in de richting van Ventas de Zafarraya is simpel: kies steeds het steilste straatje omhoog. Dan volgt een mooie klimweg naar de Puerto de Navazo, waar we alweer worden we omringd door bloemenvelden waarna we afdalen naar Ventas.


Op weg naar de Puerto de Navazo rijden we weer tussen oceanen vol klaprozen!

De weg in de vallei is tamelijk slecht en de weg die we daarna moeten klimmen kennen we nog van 2 weken geleden: ook slecht. We dalen weer over een betere weg en slaan dan af naar de Puerto de los Alazores. Op dit punt steekt ook een krachtige wind weer de kop op (en hij is tegen!) maar de omgeving maakt veel goed.
Na Alfarnatejo rijden we over de MA115 naar Colmenar, de weg klimt en daalt, soms hele stukken vlak en er zijn prachtige, indrukwekkende uitzichten op de vallei en de rotsen en bergwanden aan alle kanten. En hier zien we bloemenvelden zoals we ze deze tocht nog niet eerder tegenkwamen: kilometers groot, overweldigend, onvoorstelbaar. Die bloembollenvelden bij ons kunnen gelijk in de asbak, dat zijn gekleurde postzegeltjes vergeleken bij wat hier is te zien! En juist op dit punt blijkt onze camera niet meer te werken! Nou ja, wat we zien is toch niet te fotograferen: het prachtige dal met Riogordo in de verte, de majestueuze rotsen die je vanuit Colmenar zo mooi aan het eind van de dorpsstraat kunt zien liggen en de zee in de verte. Op deze weg zijn we niemand tegengekomen!! Het is er volstrekt eenzaam met af een toe een huis of boerderij en verder niets.

Het contrast met de tocht die we hier in de herfst van 2002 zouden maken, kan niet groter zijn. Toen hebben we urenlang vastgezeten wegens een autorally die hierlangs kwam en die het hele gebied verpeste!
Er volgt een steile afdaling richting Colmenar, we twijfelen over wat te doen: doorgaan naar Málaga – we voelen ons nog fit, mijn knie is weer in orde – of hier blijven? Het weer geeft de doorslag, het gaat een beetje betrekken en we willen niet te laat in Málaga aankomen, dus komen we weer terecht in het hotel waar we al twee keer eerder waren: Los Arrieros, waar we hartelijk worden verwelkomd, we beginnen goede bekenden van ze te worden!


Colmenar – Málaga

20 mei – 33 km
Het is bewolkt en in de vroege ochtend valt nog een buitje. Na een hartelijk afscheid en 'tot ziens' rijden we weg bij een temperatuur van 14°. Op het moment dat er een bui gaat vallen, zijn we net bij een bar waar we koffie kunnen drinken. Als het droog is gaan we weer verder, de zon komt af en toe door, soms een druppel regen. Een mooi uitzicht op het dal. Op 10 km vanaf Colmenar ligt het hoogste punt van deze weg, dan weer een stukje dalen en weer een korte klim naar de Puerto de Leon waar we al twee keer eerder langs kwamen: in 1995 en 1997. We drinken opnieuw koffie, want ook hier barst weer een flinke bui los, maar na een half uur kunnen we dan toch echt weg. Vanwege de regen en de stevige wind zijn we gekleed in trui, lange broek, bodywarmer én regenjack.


Het is één lange, fantastische en steile afdaling, en het is leuk om er nu eens vanaf te mogen in plaats van er tegenop! Tot aan het centrum van Málaga (19 km) hoef je geen trap te doen! Als we daar aankomen is het bloedheet en schijnt de zon volop. Iedereen loopt in korte mouw en T-shirt, terwijl wij in onze winterkleren aan komen suizen! We kleden ons snel om en doen dan de slotklim van deze vakantie: Parador Gibralfaro ligt op een hoge rots in de stad. Als we 's-avonds op ons balkon zitten, is het doodstil in de stad: Real Madrid speelt tegen Juventus om de Europacup (in de Amsterdam Arena notabene!), maar als er een doelpunt wordt gemaakt horen wij de hele stad juichen. En als Real Madrid blijkt te hebben gewonnen breekt er op straat een waar volksfeest uit waarbij ze urenlang al toeterend rondjes rijden op de Paseo, de Alameda en om de fontein!


Tenslotte

De thuisreis verloopt zonder problemen. De door ons bij de bagagekluizen achtergelaten dozen blijken verdwenen. Ik had ze daar – met de hulp van een politieagent – neergezet (platgevouwen in de ruimte achter de kluizen) maar de beheerder van die ruimte was er niet bij. Wel had ik een briefje op de dozen geplakt met het verzoek (in keurig Spaans) om de dozen niet weg te gooien. Het mocht niet baten. Geen dozen dus. Dan maar de voor alle zekerheid meegenomen plastic fietshoezen er weer overheen gedaan. Dat is ook altijd goed gegaan en ook dit keer komen de fietsen zonder beschadigingen op Schiphol aan.
Deze vakantie verliep door het koele weer met de vele regen landinwaarts niet op de door ons geplande wijze. Maar we hebben daardoor wel gebieden bezocht waar we anders zeker niet naar toe zouden zijn gegaan. Daar hebben we geen spijt van gehad. Spanje blijft een land met veel mooie gebieden waar het goed fietsen is.

Laatste versie: zaterdag 25 januari 2014

Built with BBedit Terug naar de Indexpagina
Marc Zoutendijk – © 1993-2093
Hier is een mailformulier
powered by Mac