Van Málaga naar Segovia en Madrid
21 juni – 17 juli 1997


Op weg naar het bruggetje bij Luciana. Maar is dat bruggetje er wel?

Na onze tocht door de Sierra Nevada in California, waarbij we met temperaturen tot 41° graden te maken kregen, ontstond het plan voor een tocht dwars door het binnenland van Spanje. Ook hier kan het zeer heet en droog zijn, en we hoopten alleen dat het niet al te heet zou worden. Door een merkwaardige speling van de natuur was het in de periode dat wij er waren (21 juni – 17 juli) voor Spaanse begrippen opmerkelijk koud (25° – 30°, af en toe warmer), en in de Sierra de Gredos is zelfs sneeuw gevallen!
De tocht ging langs en over een aantal belangrijke bergketens: De Sierra de Cazorla, Sierra Morena, Sierra de Gredos en Sierra de Guadarrama.
Het beginpunt was Málaga, waar we vanaf Amsterdam heenvlogen met Iberia en het eindpunt was Madrid, waar vandaan we weer naar Amsterdam terugvlogen. We bleven steeds één dag op een plaats, met uitzondering van Ávila waar we twee dagen, en Madrid waar we drie dagen bleven.
Er is ruim 1500km gefietst en 22000m hoogteverschil overwonnen.
Thuis was een route uitgezet langs plaatsen waar we in ieder geval een hotel konden vinden. Daarbij zijn de hotelgidsen per provincie (die bij het Spaans verkeersbureau gratis zijn te krijgen), uiterst handig. Ook de Rough Guides van Andalucia en Spanje bevatten veel adressen. Deze twee gidsen zijn ook zeer lezenswaardig en geven een goed beeld van het huidige Spanje. Dit in tegenstelling tot de wat oubollige (en sterk op de autotoerist gerichte) ANWB gidsen.

Als voornaamste kaarten gebruikten we de Michelin 446 (Andalucia) en 444 (Centraal), aangevuld met de detailkaarten van de Sierra de Gredos en Sierra de Guadarrama uitgegeven door het IGN. Geen van deze kaarten is helemaal up to date maar Michelin kan het tempo van de Spaanse wegenbouwers het beste bijhouden. Wel staan er op de Michelinkaarten een aantal rare missers!

Door de vele regen die er de afgelopen winter en in het voorjaar is gevallen, zijn er op een groot aantal plaatsen wegen verzakt of weggespoeld waarvoor (soms) korte of langere omleidingen zijn aangelegd of die er nog gewoon zo bijliggen (wel met een waarschuwingsbord erbij).
De kwaliteit van de vele binnenwegen die wij moesten rijden was vaak erbarmelijk slecht met kilometers lange stukken vol met gaten die waren opgevuld met andere gaten die ze bij reparaties ergens anders hadden verwijderd! Deze gaten waren dan weer met asfaltresten (die bij de aanleg van andere wegen waren overgebleven) aan elkaar geplakt. Ter versiering van dit alles waren er dan nog grote en kleine keitjes tussenin geplaatst.

Op zich is dit wel begrijpelijk, de wegen liggen vaak in zeer stille en nauwelijks bewoonde gebieden waar ook niet veel verkeer is, en dus staan ze niet op de prioriteitenlijst. Raar is dan wel weer dat op plaatsen waar een prima weg ligt, tóch een nieuwe (brede en gestroomlijnde) weg wordt aangelegd. Vaak naast de bestaande weg die, als de andere eenmaal in gebruik is genomen, wordt verwaarloosd of opgeblazen.

Tijdens deze vakantie is er in Spanje zeer veel te doen rond de ETA en de moord (door de ETA) op Miguel Angél Blanco, een politicus uit Baskenland. Zeer indrukwekkend is het massale protest van de Spanjaarden tegen deze daad en tegen de ETA. Zowel in Madrid als in Barcelona zijn éénmiljoen mensen op de been die 5 minuten stil zijn! Dé kreet gedurende deze periode is ¡Basta Ya!


De gereden route:


Bekijk de overzichtskaart

Málaga – Colmenar

jonneopwegnaarcolmenar
Tijdens de klim naar de Puerto de Leon.

22 juni – 46km
Veel van onze fietsvakanties in Spanje beginnen in Málaga vanwege de rechtstreekse vluchten er naar toe. Het Parador del Golf waar we vaak de eerste nacht verblijven ligt dichtbij de luchthaven op de weg naar Torremolinos en is duidelijk aangegeven. Het ontbijt is er altijd uitstekend en vormt een prima basis voor de eerste uren van de tocht (en de stevige klim van ruim 900m over de Puerto del León) naar Colmenar. Een traject dat we nog goed kennen van een vorige vakantie.
Er staat weer een aangename wind en de temperatuur is goed om te fietsen (24° – 28°). Het is geheel onbewolkt. De openluchtbar bij de bron op de top is inmiddels een overdekte bar geworden. De bron geeft lekker water en de bar heeft lekker ijs!
De Puerto del León zou volgens de kaarten 960m hoog moeten zijn, het bord geeft echter aan dat het 900m is. Wie heeft er gelijk? (Mijn hoogtemeter had ik nog niet geijkt, dus daar kon ik het niet op aflezen). Tijdens de klim heb je vanaf zo'n 500m hoogte (die hoogte stond ook op een bord) een mooie terugblik op Málaga en de haven. De weg is van goede kwaliteit. Na de klim naar de Puerto volgt een rustige afdaling naar Colmenar dat op zo'n 600m hoogte ligt. Het hotel heeft een goed restaurant (de Gazpacho is hier altijd uitstekend), maar ook in het dorp zelf kun je eten en er zijn voldoende winkels om eventueel voedsel voor de volgende dag te kopen. In het hotel kunnen de fietsen in een afgesloten hok aan de achterzijde.

Colmenar – Loja

23 juni – 57km
De afdaling naar Riogordo kennen we nog van een vorige keer, alleen is de weg nu een stuk slechter. Op sommige plaatsen is het asfalt geheel verdwenen. Na Riogordo volgt een rustige klim naar de Puerto Sabar en vandaar zien we de weg die we straks stevig moeten gaan klimmen (naar de Puerto de los Alazores op 1028m) al liggen. Vooral het eerste gedeelte van die weg (direct na de afslag vlak voor Mondron) is akelig steil. Er is gelukkig niet veel verkeer.


Na Alfarnatejo (waar winkels en bars zijn te vinden) volgt een mooie, schaduwrijke en licht klimmende weg naar de Puerto. Boven op de Puerto is het aangenaam van temperatuur (25°) terwijl het beneden al tegen de 30° loopt. Er volgt een schitterende lange geleidelijke afdaling naar Loja dat niet heel bijzonder is. We komen terecht in Hotel del Manzanil even voorbij het dorp langs de oude weg naar Granada. We hebben uitzicht op het dal achter het hotel. De fietsen kunnen in de garage naast het buitenterras.


Loja – Iznalloz

24 juni – 94km
We willen vroeg vertrekken in verband met de warmte, en staan om 05.15 op! Als we om 6 uur zo'n beetje klaar staan is het echter nog te donker om te fietsen en moeten we wachten tot 06.30. Dan is het licht genoeg om zonder eigen verlichting te fietsen. (Op onze fietsen is de verlichting niet permanent gemonteerd. We hebben opschroefbare houders met een kliksysteem, maar hebben dat zelden doorlopend op de fiets zitten. Alleen als er veel tunnels in een traject zitten doen we dat). We wachten in de bar (die 24 uur open is) totdat het licht genoeg is.
De route die we vandaag zullen rijden is vooral bedoeld om de heksenketel rondom Granada te vermijden, en dat lukt ons aardig.
Als we wegrijden is het 12°! Heerlijk koud!


We hebben moeite de weg naar Huétor-Tajar te vinden die parallel aan de hoofdweg moet lopen. Maar in plaats daarvan komen we op een soort onverharde weg uit, die ook nog eens een grote wegverzakking kent en tenslotte na 4km alsnog bij de hoofdweg uitkomt! (We hadden in het dorp af moeten dalen naar het station blijkt later.) We rijden dan maar een klein stukje verder over die hoofdweg tot aan de afslag naar Huétor-Tajar.
In Huétor-Tajar moet je de afslag naar Villanueva de Mesia nemen, (Vva. de Mesia staat op het bord). Het landschap is hier rustig glooiend vol met (uiteraard!) olijfbomen. Via Tocón en Alomartes komen we in Illora. Hier is een bar op het kruispunt waar ook een bord met de eerste aankondiging Pinos Puente staat. Je moet op dit kruispunt de Calle Castillo (steil omhoog) inslaan om bij de afslag naar Puerto Lopez te komen. Als je wat wilt drinken kun je beter wachten tot je dat straatje gehad hebt. Je staat dan op een kruispunt met meer mogelijkheden wat bars betreft.


Na Illora volgt een daling en dan een stevige klim naar de N432. Direct na de aansluiting met die N432 is een nieuwe weg gekomen naar Tiena die je een flinke klim en een aardige omweg (via Moclin) bespaart! Deze weg daalt tot Olivares om vanaf daar weer te klimmen en uiteindelijk weer te dalen naar de N323 – de hoofdweg van Madrid naar Granada. De oude weg (waar jij dus op rijdt) slingert zich gedurende een aantal kilometers over, langs en onder de nieuwe weg door, maar je hoeft er nergens gebruik van te maken. Uiteindelijk ga je richting Deifontes en is de drukte voorbij.
De weg naar Deifontes (waar een prachtige bron even voorbij het dorp in een zeer schaduwrijk gebied is gelegen) en Iznalloz volgt de loop van de Rio Cubillas en nergens hoef je veel te klimmen. Pas in Iznalloz moet je een flinke klim maken om in het centrum van het dorp uit te komen. Het hotel dat we moeten hebben (in het dorp zelf is niets) ligt echter 4km buiten het dorp langs de hoofdweg naar Madrid! We zijn inmiddels aardig opgebrand en verlangen naar een douche, dus weten we ons weer in beweging te zetten. Bij het Hotel (een typisch truckershotel langs de snelweg) blijkt dat het vol is! (*^$**@!!*^%) Wat nu? We overleggen even buiten en dan gaan we met z'n tweeën naar binnen waar nu mijn vrouw vraagt of er echt geen plaats is en dat we niet verder kunnen omdat we al 100 km hebben gereden en dat we de volgende plaats op de fiets niet meer halen! Het werkt! Er blijkt toch nog een kamer vrij te zijn!! Opgelucht halen we adem en kunnen we ons even later heerlijk douchen. Het hotel heeft een ruim restaurant waar we 's-avonds eten.
De fietsen zetten we enigszins ongerust buiten neer (wel op het terras naast een telefooncel), goed op slot. Navraag leert dat ze niet binnen kunnen staan, maar dat er politiebewaking op het terrein is (vooral vanwege de vele vrachtwagens). Daar vertrouwen we dan maar op.

Iznalloz – Cazorla

25 juni – 118km
Om 5.00u staan we op en na een (eigen) ontbijt op de kamer en het inpakken, gaan we naar beneden. Het eerste wat we zien (niet zien eigenlijk): De Fietsen zijn weg!. De schrik slaat ons om het hart! Gestolen?? Gelukkig niets aan de hand. Een zorgzame ober had ze 's-nachts nadat de eetzaal leeg was, in die eetzaal neergezet. Dat bleek toch veiliger te zijn.
Om halfzeven rijden we weg. Nog een klein stukje over de hoofdweg (C336) terug en dan de afslag naar Guadahortuna. Dit is een prachtige stille weg (zeker zo vroeg nog) en we zien als we achterom kijken op een zeker moment de Sierra Nevada nog met een sneeuwkap liggen, beschenen door de opkomende zon. Zeer fraai! De weg naar Guadahortuna klimt tot 1100m, waarna het dorp zelf weer dalend wordt bereikt (op 900m). We drinken er koffie. Direct buiten het dorp is een hostal dat nergens stond vermeld! Goed om te weten, want dat maakt het makkelijker om volgende keer een deel van het traject te doen.
Er volgt een korte klim het dorp weer uit, maar de klim naar de Cuesta Los Gallardos (Luc Oteman beschrijft die nog in zijn boekje) hoeft niet meer! Er is een bredere hoofdweg omheen gemaakt, en je hoeft bijna niet meer omhoog.

dalenincazorla
Mooi afdalen in de Sierra de Cazorla.


Er volgt dan een prachtige lange afdaling tot voorbij Belmez (vóór Belmez is trouwens ook nog een hostal!) De weg volgt hier (stroomafwaarts) de Rio Jandulilla. En het is een mooie weg met veel groen en bloemen. Vóór Jódar moet eerst weer geklommen worden en dan volgt een afdaling naar het stadje toe. In Jódar is in ieder geval een hotel. Wij besluiten door te gaan naar Cazorla. Via een lange brede (maar vervelende) afdaling naar de rivier en het station. Het is er kaal (lage olijfbomen), heet en zonder enige beschutting. Vanaf de rivier nemen we de C328 naar Cazorla, en tot aan Peal is er onderweg niets te krijgen, geen beschutting en veel zon! Gelukkig staat er nog wat wind zodat we af en toe enige verkoeling hebben. De temperatuur ligt nu tussen de 33°-36°! De weg gaat voortdurend klimmend en dalend en er is niet veel te zien hier onderweg. Rond 3 uur zijn we in Peal de Becerro waar we uitgeput een bar binnen duiken (met heerlijke airconditioning die het goed doet) waar we een flinke emmer water drinken en lunchen! Heerlijk gewoon.
Dan volgt het laatste stukje: Een oersaaie, brede, glad geasfalteerde nieuwe weg om de Sierra de Cazorla beter te ontsluiten, zonder één schaduwgevende boom (nou goed, ééntje dan, waar we dankbaar gebruik van maken). Dit laatste gedeelte valt door de hitte en door de saaie weg zeer zwaar, en we zijn blij dat we in Cazorla (met 10-tallen hotels) in Villa Turistica een eigen appartement hebben. We springen gelijk het zwembad in! We kopen daarna eten in het dorp en maken dat in ons appartement klaar. Het was een prachtige dag.


Cazorla – Tranco

26 juni – 65km
We maken vandaag een vergissing door uit te blijven slapen (tot 7u!) – omdat we nu een korte etappe voor de boeg hebben -, want al snel blijkt dat het om 8.30u als we wegrijden, al weer aardig warm is! Altijd vroeg rijden is het advies!
Vanaf Cazorla gaat de weg klimmend naar de bijna 1300m hoge Puerto de las Palomas. Het is een weg met veel bomen en dus ook veel schaduw, en de klim is heel geleidelijk. Na de Puerto volgt een stevige afdaling het dal in waar de Rio Quadalquivir ontspringt. De Sierra de Cazorla is een zeer vochtig gebied met een weelderige plantengroei en een prachtige weg langs de rivier.


Een mooi doorkijkje naar de Sierra de Cazorla

Er zijn hier veel campings, hotels, bars, restaurants en andere voorzieningen. Het vreemde is dat die in geen gids zijn te vinden! Volgens de boeken is er tussen Cazorla en Tranco niets van betekenis. Het tegendeel is waar! (In 2000, als we hier weer langskomen, begrijpen we hoe dat komt: al die hotels staan in de gids genoemd bij het plaatsje Hornos!)
Naar Tranco toe is de weg voornamelijk dalend met af en toe een heuvelrug waar je overheen moet. Het wordt al snel warm in zo'n dal en we zijn blij als we rond 15.00u in Tranco zijn. Het is eigenlijk alleen maar een grote stuwdam met een paar bars en restaurants en een van deze restaurants heeft ook "habitaciones". We besluiten daar te blijven en eten 's-avonds de lekkerste gerookte forellen die we ooit op ons bord hadden! Voor de volgende ochtend maakt de kok voor ons een flinke zak met eten klaar.


Tranco – La Carolina

De Grote Oversteek!
De naam "De Grote Oversteek" was ontstaan tijdens de voorbereidingen van deze tocht. Er waren twee etappes waar we over grote afstanden door tamelijk verlaten gebied zouden moeten rijden. De Grote Oversteek verbindt eigenlijk twee gedeelten van onze tocht met elkaar: Het stuk tot en met de Sierra de Cazorla en daarna De Sierra Morena. De Grote Doorsteek hebben we trouwens ook gehad.

27 juni – 105km
Om 5.00u gaat de wekker en om 6.00u zitten we klaar en ga ik maar eens buiten kijken waarom het hier zo lang donker blijft! Dat is snel duidelijk: geheel bewolkt! We zetten de lampjes op de fiets en vertrekken. De afdaling vanuit Tranco gaat door een prachtige gorge met een zeer spookachtig gezicht op de verlichte stuwdam achter ons. Het is niet koud en de bewolking is ook niet al te dik. Af en toe komt er al wat blauws doorheen schijnen. We besluiten om via Villacarillo naar La Carolina te rijden. We zouden daarvoor ook de route binnendoor kunnen nemen (via Casa Forestal La Fresnedilla en Mogón) maar bij het naderen van die weg zien we dat het een onverharde weg is en we besluiten om via Villanueva del Arzobispo te rijden. De afdaling is een kilometer of 6, daarna wat klimmen en dalen en tenslotte volgt een 9km lange klim naar Villanueva del Arzobispo. De N322 wordt omgebouwd tot 4-baans snelweg. De borden staan al klaar, de weg ligt er al, alleen de markering op het asfalt ontbreekt nog. Via wat omwegen en gedeeltelijk in aanbouw zijnde wegen belanden we in Villacarillo waar we inkopen doen voor onderweg en dan begint deel twee van deze tocht. Het is gelukkig niet erg warm (waar we gisteren een beetje bang voor waren), er waait een flinke ZZW wind (tegen dus!) en er is flink veel bewolking. Daarom durven wij het aan om door dit tamelijk onbeschutte gebied een km of 80 te gaan rijden. Er volgt een heel mooie 11 km lange, overzichtelijke afdaling naar de Rio Guadalimar en vandaar over de J600 naar Navas de San Juan. Dit is een zeer verlaten gebied waar je geen mens tegenkomt.


De weg is slecht tot zeer slecht, de omgeving des te mooier! Naar Navas moet flink worden geklommen! We doen daar opnieuw inkopen (wat eet een mens toch veel als hij fietst!) en dan volgt een 11km lange afdaling over de gloednieuwe weg naar Arquillos. Breed en glad, maar ook veel wind! Daarna nog wat verder dalen naar het stuwmeer en dan tot slot een 24km lange uiterst slechte weg naar La Carolina. Het is dit gedeelte waarvan ik denk dat de stukken wegdek die elders zijn weggehaald omdat ze onbruikbaar waren, gebruikt zijn om te repareren! Ook nu weer (na een dag fietsen) valt het laatste gedeelte zwaar.
Het gebied rond Vilches is niet interessant: Veel rode klei (op de weg door de overvloedige regenval) en veel fabrieken (keramiek, olijfolie). Met name die rode klei heeft hier klaarblijkelijk voor veel geblokkeerde wegen gezorgd, en die is weer verwijderd met bulldozers die de weg behoorlijk hebben beschadigd.
Des te mooier dat we in Hotel NH Perdiz (langs de snelweg, maar toch heel rustig) een eigen garage bij onze kamer hebben waar we de fietsen eens goed kunnen nakijken! In La Carolina is verder alles te krijgen wat een mens nodig heeft.


La Carolina – Andújar

28 juni – 91km
We staan om 5.30 op en om 6.15 rijden we weg. Het is nog behoorlijk fris (12°) en we hebben een lange broek en trui hard nodig. Direct buiten het dorp (de grote lange hoofdstraat helemaal uitrijden) belanden we na een enorme, ijskoude afdaling in een prachtig landschap vol met oleanders in de slingerende rivierdalen! Er volgt een zeer steile klim naar Los Guindos gevolgd door een even steile afdaling naar het volgende rivierdal. Dan begint weer een volgende zeer steile klim naar El Centenillo. Allemaal dik boven de 10%. Er vliegen hier ook wielewalen rond! De natuur is prachtig met zeer veel groen en bloemen. De zon komt niet achter de wolken vandaan en het blijft pittig fris!

Met Google Streetview is het traject tot aan El Centenillo helemaal te volgen! Goed idee voor een koude winteravond.

In El Centenillo warmen we ons (in de enige bar) aan de koffie om vervolgens de grote verlatenheid in te rijden. Tot aan Las Viñas (50km) is de bewoonde wereld ver van ons vandaan. De zon breekt nu door, het blijft echter koud en we hebben -mede door de sterke wind- onze bodywarmers nodig. Het fietsen is met deze temperatuur echter wel prettiger. Dit gebied is eigenlijk een enorm groot jachtgebied en we zien op diverse plaatsen dan ook herten en zwijnen langs ons heen wegrennen. De weg na El Centenillo is erg slecht en vol grote gaten. Het is afwisselend klimmen en dalen, de weg volgt min of meer de bergkam. Na El Patrocinio wordt de weg weer goed en er moet nu weer stevig worden geklommen om bij de Casa Forestal de Selladores (ook wel Colonia de Selladores of Colonia genoemd) te komen. Dan volgt afwisselend klimmen en dalen over een tamelijk slechte/zeer slechte weg, gevolgd door een lange tocht over de bergkam met een prachtig uitzicht rondom. Bovenop deze bergkam nemen we in de luwte van een oude stal even de tijd voor een staande lunch.


Een lunchplaatsje uit de wind. Het waaide hier stormachtig, maar de oude stal gaf goede bescherming.

Hier zijn ook enorm veel fokstieren (voor de stierengevechten) in de weilanden te zien. Ze slaan meestal op hol als je eraan komt, maar een enkeling holt soms kwaadaardig een kilometer of meer met je mee langs het hek! Tenslotte volgt bij Alarcones zo'n beetje het hoogste punt (762m), en daarna geleidelijk aan dalend naar Los Escoriales, dan nog even het dal weer uit fietsen en dan dalend via Las Viñas naar Andújar.
We zitten in Hotel Del Val langs de invalsweg naar het centrum. Direct tegenover de hoofdweg zit een grote supermarkt, en dat is wel handig omdat we dan voldoende eten kunnen kopen voor de komende twee dagen. We moeten door een geheel uitgestorven gebied. Omdat de weg van hier naar Puertollano ruim 120km is, proberen we via de receptie van het hotel te achterhalen of er in Santuario misschien nog een hotel is. Dat blijkt zo te zijn, en we reserveren er dan ook gelijk maar een kamer. Op die manier is De Grote Doorsteek nog een beetje te overzien!


Andújar – Santuario Virgen de la Cabeza

monasteriovirgendelacabeza
Het enorme monasterio van Virgen de la Cabeza. We hebben nog 300 meter te klimmen.

29 juni – 31km
Santuario is een bedevaartsoord waar een Mariaverschijning aan ten grondslag ligt. We rijden er op ons gemak naar toe. Naar Las Viñas is het nu (uiteraard) klimmen en dan volgt een zeer mooie en steile 8.5km lange afdaling naar het rivierdal van de Rio Jandula. Dan een mooie egale klim naar het klooster. De weg is overigens wel druk met veel dagjesmensen. We zijn om een uur of 1 boven en gebruiken de rest van de dag om een beetje bij te komen, rond te wandelen en de dag van morgen te overwegen! We eten in een restaurant in het dorpje.
's-Avonds zien we vanuit onze hotelkamer in hotel La Mirada (er zijn nog twee andere hostals ook) een onvoorstelbare heldere sterrenhemel met de melkweg zelf duidelijk zichtbaar als een grote witte nevelband. Vanuit Nederland is dat door de horizonverlichting bijna nooit meer te zien!


Santuario – Puertollano

De grote doorsteek
De grote doorsteek kreeg zijn naam tijdens de voorbereidingen toen bleek dat we hier zo goed als de hele dag door totaal verlaten gebied zouden rijden. Het is een doorsteek door de Sierra Morena, de Sierra Madrona én de Sierra de Puertollano!

30 juni – 92km
Om halfzes staan we op, om half zeven rijden we weg. Lange broek, trui, bodywarmer én windjack hebben we nodig tegen de kou! De omgeving is prachtig en verlaten. Veel herten en reeën lopen hier rond en springen van alle kanten dwars (en onverwacht) de weg over! Ze horen ons vaak niet aankomen, en dan sta je opeens oog in oog met zo'n beest. Zij schrikken harder!
De weg tot aan de provinciegrens (op 28km en niet op 30 zoals de kaarten zeggen) is van matige kwaliteit en over al de kleine heuvelkoppen is het nogal vermoeiend klimmen en dalen (koppenschuiven noemen we het maar steeds). We beseffen hier allebei dat we het leuker vinden om 5 uur lang achter elkaar te klimmen dan dit te doen.


Je ziet als je hoger klimt ook veel meer van waar je naar toe gaat en wat je al gehad hebt.
Na de provinciegrens een korte afdaling en dan eindelijk een aardige klim naar de Puerto de Madrona op 960m. Daar rusten en eten we wat om vervolgens een afdaling van ruim 500m in te storten. Dan begint een nieuwe klim naar 980m hoogte (Los Rehoyos) boven het dorpje Solana del Pino. Ga niet het dorpje in (tenzij je iemand moet bezoeken), want de weg die zich hier splitst gaat aan de andere kant van het dorp zó steil, dat er niet gefietst kan worden! Dankzij het verslag van een andere fietser wist ik dat, en konden we nu de goede kant kiezen.

Lees hier meer over die andere fietser!

Tot aan dit punt is de gehele route zo goed als alleen voor ons tweeën geweest (samen met de herten) en we hebben er bijna geen mens of huis gezien. Het is van groot belang dat je zorgt voor een dergelijk tocht alles bij je te hebben. Als je hier pech krijgt of niets meer hebt te drinken/eten, wordt het moeilijk!
Opmerking 2011: Via Google Streetview is het hele traject langs Solana del Pino goed te volgen. De weg is inmiddels helemaal opgeknapt en ligt er strak bij! Wel heel bijzonder om te zien welke afstanden we toen gereden hebben door dat stille landschap. Het is er overigens nog net zo stil!

Vanaf de top heb je een uitzicht op een onwaarschijnlijk landschap. Het ziet er uit als een steppe en oogt onaangenaam. Later blijkt dat het er doorheen fietsen erg meevalt. Na de Puerto een afdaling van zo'n 400m en dan naar Mestanza klimmen en dalen over een weg van botsauto- en verbeterde botsauto-kwaliteit. Mestanza is een dorp met een groot aantal verlaten huizen (wie wil hier ook wonen vraag je je af) maar gelukkig vinden we een bar open.
Er volgt nog een laatste vervelend stuk over een open, hete weg naar Puertollano. De binnenkomst vanaf deze kant voert door een buitengewoon lelijk gebied (na de Puerto de Mestanza goed te zien) vol met open mijnbouw en andere smerige en onduidelijk zaken. Puertollano is een grote stad met alle voorzieningen.


Puertollano – Puebla de Don Rodrigo

1 juli – 88km
Om 7.15 zitten we weer achter het stuur en we vliegen over een mooie gladde weg naar Almodóvar en Abenójar. Het landschap oogt niet bijzonder en er zijn wat vuilnisbelten en oude mijnafgravingen die het landschap verknallen. In het hotel in Puertollano hadden we te horen gekregen dat er bij Luciana een bruggetje is voor voetgangers.

Dat zou ons goed uit komen, want het bespaart ons een flinke omweg over een slechte weg. We informeren nog even in een bar in Abenójar waar we koffie drinken, of er inderdaad een doorgang mogelijk is (het staat n.l. op geen één kaart), en dat blijkt inderdaad zo te zijn! De weg naar dat bruggetje is eerst 7,5 km van slechte kwaliteit vol met kuilen, scheuren en opgelapte stukken en daarna volgt nog een gedeelte van zo'n 5 km geheel onverhard.
Als het hier geregend heeft (of nog regent), is dit gedeelte onbegaanbaar. Wij kunnen er gelukkig makkelijk overheen met onze fietsen (die later die dag wel schoongemaakt moeten worden van het vele droge, rode kleistof). Het bruggetje bestaat uit een aantal betonplaten op dragers waar inderdaad voetgangers, fietsers en motoren overheen kunnen. Zelfs een smalle auto moet lukken, maar is officieel niet toegestaan.
Vandaar dat een op autoverkeer afgestemde kaart als de Michelinkaart dit bruggetje niet vermeld. Direct na het bruggetje rechts aanhouden en bij de rode weg kiezen voor de rechter afslag, maar ook de linkerafslag komt in het dorp uit.


Vanaf Luciana loopt een geheel vernieuwde brede en gladde weg tot zo'n 9km voor Puebla, waar de weg weer slechter wordt (maar dat staat ook op het programma om te worden verbeterd). 10km voorbij Luciana vallen er wat regendruppels, de lucht is dicht getrokken en boven de bergen hangen vervaarlijke onweersluchten waar af en toe flinke bliksemschichten uit flitsen.


En dit is dan dat bruggetje waarvan we hoopten dat het er zou zijn!

Wij houden tot aan Puebla steeds wat gedruppel, maar te weinig om een regenjack aan te trekken. Het gedeelte na Retama is erg mooi en volgt de weg de loop van de rivier door een groen landschap.
Bij het benzinestation aan het begin van het dorp is ook een hostal waar we een kamer hadden gereserveerd vanuit Puertollano. We lunchen er meteen, verkennen in 5 minuten het dorp en maken onze fietsen schoon en smeren de ketting.
's-Nachts regent en onweert het flink! Er komen hier ook veel vrachtwagens langs.


Puebla de Don Rodrigo – Herrera del Duque

2 juli – 50km
Als we om 7.30 opstaan breekt de lucht behoorlijk open en zijn er al grote stukken blauw te zijn. Alleen boven de bergen is het nog loodgrijs. Bij het vertrek om 8.30 echter is het toch weer dicht getrokken en we zijn het dorp nog niet uit of de eerste regen valt naar beneden. En dit keer is het menens! Regenkleding aan en voor het eerst sinds jaren fietsen we weer eens in de regen! En dat nog wel in een gebied dat tot het meest uitgedroogde gedeelte van Spanje behoort! De regen houdt 24 kilometer lang aan (2 uur fietsen). Ik heb geen tijd gehad om de gamaches om m'n schoenen te doen en heb er maar een paar plastic zakken overheen getrokken en dat werkt ook.


Bij het naderen van Herrera klaart het op, het wordt zelfs weer aardig heet en de zon droogt ons weer op alle plaatsen! De omgeving is hier ook weer erg mooi met zeer veel groen. De weg is in prima conditie maar toch wordt er een nieuwe aangelegd vlak naast de oude, deze soms vervangend of kruisend.
Bij het naderen van het dorp niet de eerste afslag naar Centro Urbano nemen, maar op de hoofdweg blijven rijden tot bij het benzinestation. Op dat kruispunt is ook een nieuw hotel gekomen: El Torreon. In de straat die daar het dorp ingaat, liggen ook alle andere hotels/hostals. We logeren in Carlos I, en zijn er mooi op tijd voor een heerlijke lunch met weer een fantastische gerookte forel!


Herrera del Duque – Guadalupe


Uitzicht vanuit onze kamer in het Parador

3 juli – 57km
Vanuit Herrera kunnen diverse wegen naar Guadalupe worden genomen. Ten zuiden van het stuwmeer via Peloche en Paredón (over een vermoedelijk slechte weg), en een andere route via Castilblanco en Alía. Deze route is ruim 30km korter maar voert weer wel door zo'n prachtig verlaten gebied zonder enig verkeer. De weg is licht klimmend en dalend en wij willen voor de koffie ook Castilblanco nog in, waar we even stevig voor moeten klimmen. De weg tot aan de provinciegrens is niet zo best (zo'n 6km lang), maar daarna is het een mooie gladde weg met wel een paar pittige bultjes erin en de laatste 3km naar Alía zijn stevig. Dan volgt er een mooie slingerweg met klimmen en dalen, in de buurt van Guadalupe zelfs sterk dalen naar de splitsing met de C401. Hier kun je kiezen: 2km of 4km naar het dorp. Wij kiezen voor 2km en klimmen dus vrij stevig naar het dorp. Het is hier zeer groen en vochtig met prachtige bloemen. We nemen onze intrek in het zeer fraaie Parador met fantastisch uitzicht vanaf ons balkon.
Guadalupe heeft een aantal mooie kleine straatjes waar de bewoners ware bloemenparadijzen van hebben gemaakt. Het centrum zelf is wel erg toeristisch, en dat is te merken aan de bediening in de restaurants.


Guadalupe – Jarandilla de la Vera


Een prachtige, zonnige afdaling vanuit Guadalupe!
zichtopdetaag
Vanaf de brug over de Taag hebben we zicht op oude ruïnes.

4 juli – 104km
In een Parador kun je altijd fantastisch ontbijten, en dat doen we dan ook altijd. Je kunt daar uren op fietsen. Vanuit Guadalupe begint gelijk de 4km lange klim (over de CC713) naar een op 900m hoogte gelegen Ermita.

Terzijde: In Guadalupe staat een bord dat aangeeft dat de afstand naar Navalmoral de la Mata 64km is. Dat is onjuist, het moet 71 zijn en dat wordt pas op de borden gecorrigeerd in Bohonal de Ibor (vlak voor de Taag)!

Na het Ermita dalen we 11km lang door een mooi gebied tussen twee bergruggen in, dan weer een km of 5 klimmen en daarna afwisselend klimmen (soms stevig maar nooit lang) en dalen door een mooi gebied. Na Castañar de Ibor (waar we koffie drinken) rijden we over een fraaie hoogvlakte van waaraf je de Sierra de Gredos in de verte mooi ziet liggen! Na de hoogvlakte volgt een korte, steile en kaarsrechte afdaling waar ik mijn hoogste snelheid ooit bereik: 72.4km/u!


Gelukkig ben ik alleen op de – goede kwaliteit – weg en kan ik mooi in het midden rijden. Daarna steken wij (via een brug die er toch al ligt) de Taag over. Kilometerpaal 54 staat midden op die brug en er zwemmen forellen van reusachtige afmetingen!
We koersen verder naar Navalmoral, dat volkomen oninteressant blijkt te zijn: industrie en grote kale vlaktes, waarna we besluiten dan maar door te rijden naar Jarandilla de la Vera. Vanaf Talayuela eerst nog flink dalen naar de Rio Tiétar, dan wat laagvlakte (met veel tabaksplantages en droogschuren) en dan een forse klim van een kilometer of vier gevolgd door klimmen en dalen naar Jarandilla waar we in het Parador Carlos V komen te zitten. De weg is vandaag van uitstekende kwaliteit, reden waarom we meer hebben gereden dan was gepland.
In deze streek zitten zeer veel ooievaars op hun nesten! Alle kerktorens herbergen er wel een paar en ook op andere typische ooievaarlocaties tref je ze aan. Een erg leuk gezicht.


Jarandilla de la Vera – Arenas de San Pedro

5 juli – 64km
De Sierra de Gredos is een hoge bergrug die ruwweg van Plasencia naar San Martin de Valdeiglesias loopt in West-Oost richting, en er zijn weinig wegen die deze rug oversteken. De drie enige echte "cols" over deze bergrug zijn de Puerto del Pico, de Collado de Serranillos en de Puerto de Mijares. Bijna alle andere wegen lopen parallel aan de bergrug.


Prachtige oude bruggetjes bij Arenas de San Pedro.


Ons plan is om de Puerto del Pico van 1352m over te steken en daarom volgen wij de weg over de zuid flanken naar Arenas de San Pedro via Candeleda. Het eerste deel van deze weg is nog een beetje saai, maar na de lange afdaling van zo'n 8km in de richting van Losar de Vera en Viandar de la Vera wordt de omgeving een stuk groener en veel terrasgewijs liggende veldjes met veel tabaksplanten en bijhorende droogschuren. Na Poyales del Hoyo volgt een fraai bosrijk gebied met veel schaduw dat ons sterk doet denken aan de afdaling naar Yosemite Valley in de zomer van 1996. Het laatste gedeelte is een stevige afdaling naar Arenas de San Pedro waar we in Hotel Los Gayalos zitten, midden in het centrum, vlak bij een oud romaans kasteel. In het dorp zelf is ook nog een prachtige oude romaanse brug over de rivier in gebruik!
Vanuit het dorp kun je trouwens een aantal fraaie tochten in de omgeving maken in de richting van de hogere toppen (Guisando en El Hornillo bv). De weg die we vandaag reden was uitstekend en de temperatuur liep uiteen van 15° tot 30°


Arenas de San Pedro – Navarredonda de Gredos

6 juli – 42km
Vandaag staat de Puerto del Pico van 1352m op het menu! Vanuit Arenas eerst een klim naar 700m, daarna dalen naar de rivier op 530m en vandaar (de aansluiting op de N502) begint de klim van zo'n 800m naar de Puerto. Bij Mombeltran ligt trouwens een prachtig kasteel. De Puerto zelf is al goed vanuit het dal te zien en de weg slingert zich via een paar reusachtige haarspelden mooi naar de top. Het is aangenaam fietsweer, er is vrij veel verkeer (vooral motorrijders) maar de weg is overzichtelijk en de temperatuur niet hoger dan 25°.
We komen hier tot de conclusie dat we eigenlijk meer "klimgeiten" dan "koppenschuivers" zijn, we klimmen liever naar flinke hoogte met desnoods zeer steile stukken dan dat we alsmaar van die bultjes van zo'n 150m-200m hoogte moeten overbruggen waarbij je eigenlijk nooit ziet waar je naar toe gaat en waar je vandaan komt. Hier klimmen we heerlijk naar de top en genieten volop. Het uitzicht is prachtig en het dal ligt zeer overzichtelijk beneden ons. Er ligt hier nog een vrijwel intact zijnde oude romeinse weg naar de Puerto die vanaf de top ook goed is te zien.


De oude Romeinse weg die vanaf de Puerto del Pico het dal in voert. Die weg is niet echt voor fietsers bedoeld.


Na de Puerto volgt een mooie brede afdaling naar 1200m waar we de afslag naar het Parador bij Navarredonda de Gredos nemen. Het is hier veel warmer (30°) en de bergen hebben hier een totaal ander karakter dan aan de zuidzijde. Veel kaler en veel gladder. Het Parador de Gredos is het oudste parador in Spanje en ligt op een hoogte van 1580m midden tussen de verlaten bergweiden. De weg er naar toe is rustig klimmend. Al met al hebben we vandaag ruim 1600m hoogteverschil moeten overbruggen. Er ligt nog sneeuw op de toppen (die is een week geleden gevallen!)


Navarredonda de Gredos – Ávila


We fietsen door een "oud" landschap.

Zij was inderdaad als eerste boven! Op het hoogtebord heeft een grapjas de eerste 1 doorgekrast.

7 juli – 81km
Na het stevige Parador-ontbijt kleden we ons dik aan, want het is behoorlijk koud: 12°! Het is een mooie lange afdaling naar de afslag van de C500 naar Navatalgordo. Hier moeten alle kleren alweer uit, want tijdens de klim (stevig) naar Hoyocasero is het al weer snel heet! Vanaf daar tot aan Navatalgordo voert de weg, klimmend en dalend, door een zeer indrukwekkend gebied met veel rotsstapelingen, prachtige oude huisjes, diepe dalen en mooie uitzichten. Hier wijst alles op een zeer lange historie van bewoning.
Na Navatalgordo volgt een spectaculaire afdaling naar Navarredondilla, dan licht dalend naar Navalmoral. Het hostal daar lijkt gesloten, en we hebben ook geen zin om hier te blijven.


Dat betekent dus klimmen naar de Puerto de Navalmoral op 1514m hoogte. We doen eerst boodschappen en vliegen dan in een voor ons doen zeer hoog tempo naar de top. Het is een prachtige, constante klim. Het is er wel heet maar op grotere hoogte waait er gelukkig wat wind.
Na een korte rust volgt de zeer lange afdaling (29km) naar Ávila dat al van veraf is te zien met zijn fraaie oude stadsmuur (zoals Carcassone). We belanden in een hotel tegen deze stadsmuur aan: Hotel Rastro.
We blijven twee dagen in deze stad en gebruiken de tijd voor het schrijven van de vakantiekaarten aan het thuisfront, het bekijken van de stadsmuren, het wandelen door de parken, het eten, de siesta en bewonderen van de vele ooievaars! Er valt op de tweede dag trouwens een flinke regenbui en ook de nacht voor ons vertrek is het flink aan het spoken.


Ávila – San Martin de Valdeiglesias


Ooievaarsnesten in Ávila

9 juli – 61km
Via de C505 rijden we Ávila uit. Bij de splitsing naar Cebreros (de AV503) staat een bord dat adviseert om daarvoor de C505 te blijven volgen. Voor autos misschien verstandig, voor de fietser een flinke omweg. Bovendien voert de AV503 door een veel mooier gebied met en rijk historisch verleden.
Alleen,... na de eerste grote bocht wacht een smerige verassing: een vieze stinkende asfaltfabriek bederft ruim een kilometer lang de omgeving, de lucht en de ademhaling! Zouden ze daarom adviseren toch maar die andere weg te nemen? Dan volgt een pittige klim naar de Puerto del Boquerón op 1315m. Deze klim is 14,5 kilometer lang en er staat een forse tegenwind. We moeten flink stoempen om boven te komen! Dan volgt een denderende afdaling van 400m in 5km naar El Herradon.


Dit is een mooie afdaling. Vervolgens begint de klim (vanaf 919m) langs San Bartolomé naar een naamloze Col op 1220m hoogte waar de weg uit La Cañada zich bij de weg voegt. Hier nu, maakt de Michelin kaart een vergissing: deze naamloze col (op km 31,4) krijgt namelijk op de kaart de naam van de col die op km 39,6 ligt: de Puerto de Arrebatacapas op 1068m. Vanaf daar volgt een zeer spectaculaire afdaling het dal van Cebreros in. Het is een steile afdaling met veel mooie, overzichtelijk haarspeldbochten. In het dal is het weer een stuk heter, we drinken er wat en zetten aan voor het laatste gedeelte naar San Martin de Valdeiglesias via de AV511 en Puento Nuevo. Het stuk over de N403 is nogal saai en liniaalachtig. Alles daarvóór is vandaag zeer de moeite waard.


San Martin de Valdeiglesias – San Lorenzo de Escorial

10 juli – 44km
We volgen de M501 die tot aan de splitsing met de M512 erg druk is, en vervelend om te rijden. Er ligt ook vrij veel rotzooi op de strook waar wij op moeten rijden: stukken autoband, schroeven en bouten, glas, stukken bumper en ander onduidelijk materiaal. Na de splitsing gaat bijna al het verkeer over de M501 verder naar Madrid en wij belanden weer in de rust en de stilte. Veel parasoldennen geven mooie schaduw om in te fietsen. De klim naar de Almenara is gelijkmatig en er volgt een stevige afdaling naar Robledo waarna een pittige klim naar Rio Cofio op 1100m volgt. Daar is trouwens ook een hostal! De klim gaat daarna nog verder naar de Puerto Cruz Verde op 1256m die de aansluiting met de M505 vormt. Een fraaie afdaling volgt. Pas op! Als je naar San Lorenzo wil (zoals wij willen), dan volgt er in de afdaling een scherpe afslag naar links die je moet hebben. Als je niet oplet ben je er zo voorbij omdat je zo'n heerlijke brede afdaling niet graag wil onderbreken! Je komt via die afslag direct uit bij het overweldigende Monasterio de El Escorial!


Als je naar het centrum wil ga dan de binnenplaats van het Monasterio op (fiets aan de hand) en ga er aan de zijkant weer uit. Je bent dan binnen twee minuten waar je moet zijn: het centrum met alle hotels.
Wij volgden braaf de bordjes en werden via duizelingwekkend steile straatjes omgeleid om uiteindelijk óók in dat centrum uit te komen. De hotelkeuze is hier groot. Na ons te hebben opgefrist bekijken we de kathedraal en het Monasterio met zijn enorme collectie. Niet alles is te zien, er wordt veel gereorganiseerd en verplaatst maar wat er over blijft is altijd de moeite waard. Ook het hele plein om het Monasterio wordt gerenoveerd, en dat zal in 1998 wel weer klaar zijn.
Als wij binnen in het Monasterio rondlopen breekt een onvoorstelbaar noodweer los -dat zich al aankondigde toen wij het dorp naderden- met zeer zware onweersbuien en hoeveelheden regen die niet weg kunnen. Het dondert aan alle kanten, het water loopt in grote stromen het dak af en binnen korte tijd staat alles blank. We hebben van binnen een mooi uitzicht op dat natuurgeweld, en zijn blij dat we daar niet in hoefden te fietsen! Na ruim een uur klaart het weer op, het water kan gelukkig toch goed weg en de zon komt weer door.


San Lorenzo de Escorial – Segovia

11 juli – 58km
Vandaag moeten wij het hoogste punt van deze vakantie bereiken: De Puerto de Navacerrada op 1860m. Vanuit San Lorenzo moet je de Calle Juan Toledo nemen om direct op de weg (M600) naar Guadarrama te komen. Het is een vervelende drukke weg waarop je niet rustig rijdt. De weg is grotendeels dalend. Bij Guadarrama verdwijnt het meeste verkeer op de twee hoofdwegen (Madrid – Segovia) die over de Puerto de Guadarrama lopen. Vanaf Guadarrama is de weg een stuk rustiger maar daar begint ook het klimwerk. Eerst moet er 300m worden overbrugd tot aan Navacerrada over niet al te steile wegen die echter vrij saai zijn door de vele bomen die er langs staan en die het uitzicht benemen (het is ook nooit goed!). Er is langs de weg niet veel te krijgen en alle dorpen liggen steeds een stuk van de hoofdweg af. Bij Navacerrada begint de klim pas goed en in 7km moet 600 meter worden geklommen. De weg is hier veel leuker om te fietsen omdat er veel meer te zien is en er niet zoveel drukte is. Na 2,5km begint bij El Ventorillo een zeer steil gedeelte. Nu is de schaduw van de bomen weer welkom. De bewolking is trouwens flink toegenomen – we vertrokken met een geheel onbewolkte lucht – en de temperatuur komt niet boven de 20°! Onderweg is nog wel een bron om wat te drinken. Bij binnenkomst in het (oerlelijke) ski-oord op de Puerto zit nog een zeer steil stuk. Het is boven op de Puerto 12°! Er hangt een wat nevelige damp maar we kunnen in het dal naar Segovia toe kijken: daar schijnt de zon!


Na een korte pauze waarin we wat eten en even bijkomen, kleden we ons warm aan en beginnen aan de lange afdaling van ruim 12km. Het is een prachtige weg en met name de 7 grote haarspeldbochten (Las Siete Revueltas) zijn heerlijk om te rijden – daar moeten we morgen weer tegenop, weten we nu al. In de afdaling veel bronnen, veel schaduw en een goed wegdek. Na die 12km afdaling volgt een gedeelte met wat heuvelachtig terrein waar je soms weer wat moet klimmen en soms weer wat moet dalen. Na Ildefonso (waar een prachtig Versailles-achtig paleis en ditto tuin staat) gaan alle warme kleren weer uit en dalen we naar Segovia. Het is zeer indrukwekkend om daar vrij onverwacht oog in oog te staan met het beroemde aquaduct. De temperatuur is hier weer rond de 25°
Segovia heeft veel moois te bieden en er is een groot zomerfestival aan de gang. Op de kathedraal bivakkeren weer tientallen ooievaars.
De receptionist in het hotel wil weten wat dat glimmende ding aan mijn stuur is: een fietsbel! Had hij nog nooit gezien of gehoord!


Segovia – Rascafria

12 juli – 54km
Om 08.15 starten we onder het aquaduct onze tellers en het stuk naar San Ildefonso is snel gedaan. Daar drinken we koffie, bekijken het paleis -de tuin is helaas nog dicht- en gaan weer te zadel voor de klim! Vanaf deze kant is de beklimming van de Puerto veel leuker dan aan de zuidzijde. Heerlijke schaduw, veel plaatsen om te zitten en een mooie weg met een stijgingspercentage tussen 5% en 10%. Ik heb nog eens even goed kunnen meten wat onze klimsnelheid is: 100m hoogteverschil in 13 minuten. Over langere tijd gemeten kom ik inclusief rusttijd onderweg op bijna 400m per uur.
Als we boven zijn is het 22°! Een stuk warmer dan gisteren.


Boven op de Navacerrada

Na een korte rust slaan we nu af naar de Puerto de Los Cotos en dat gaat over een weg die iets dalend is. Er hoeft dus niet te worden geklommen. Weer een van de situaties waar je dalend een col bereikt! (De andere trof ik aan in de Pyreneeën). Na de Puerto volgt een schitterende 15km lange afdaling door een bosrijk gebied met veel schaduw naar het paleis vóór Rascafria. Daarna nog licht dalend naar het stadje zelf. De beklimming van de Puerto de Navacerrada is langs deze kant ook erg mooi om te doen. Er zijn een paar hotels in Rascafria, maar die zijn wel vol! Gelukkig is er even buiten het centrum nog een cafe-restaurant met Habitaciones waar we een plek vinden. In het dorp is een groot feest waar de kinderen hun eerste communie doen. Het hele dorp is erbij betrokken. Wij lopen nog wat rond en genieten van de prachtige uitzichten op de bergen van de Sierra de Guadarrama in de mooie avondzon. Voor morgen wordt regen verwacht, en wij moeten nog een flinke bergrug over, we kunnen ons niet voorstellen dat het weer zo om zal slaan...


Rascafria – Colmenar Viejo


Onderweg vanaf Rascafria komen we door een landschap met veel resten van prehistorische bewoning.

13 juli – 53km
Om 8u staan we op en om 9.25u rijden we weg. Stralend blauw, veel zon en wat wolken boven de bergen. Geen regen! (En die zal die dag ook niet vallen. Het wordt zelfs flink warm met temperaturen tot 25° in de bergen en in de meseta rond Madrid wordt het 34°!)
Vanuit het dorp daal je direct naar de rivier en na 4km begint de klim naar de Puerto de la Morcuera. De eerste kilometers zijn gelijk het zwaarst, daarna wordt het lichter. De hele weg ligt prachtig en is bijzonder prettig om te fietsen.

Dat vinden ook veel anderen fietsers vandaag, zoveel zijn we er op deze vakantie nog niet tegen gekomen! Er is hier ook nauwelijks autoverkeer. De eerste 7km is er veel beschutting van de bomen, daarna wordt alles veel opener en valt er naar alle zijden veel te zien. De peñalara torent hoog boven alles uit. Na 2 uur en 1 minuut zijn we boven op de Puerto de la Morcuera die een hoogte van 1796m blijkt te hebben. Na wat te hebben gegeten storten we ons in een prachtige, steile en overzichtelijke afdaling naar Miraflores. Daar besluiten we om via de M626 naar Guadalix te rijden en dan de M625 naar Colmenar Viejo te nemen. Dat voert ons wel door de hete en schaduwloze meseta. In dit gedeelte loopt de temperatuur op to 34°!


Op de Puerto de Morcuera

Er moet een km of 8 worden geklommen over een nieuwe weg, maar erg steil is het allemaal niet. Na het kleine colletje volgt een gedeelte dalen en klimmen en tenslotte de afdaling naar Colmenar Viejo. Hier zitten we in "El Chiscon", een hostal direct tegenover de arena, maar iets verstopt aan de rechterkant van de weg. We rijden eerst te ver door. Het is hier vrij heet, er zijn weinig mensen op straat. Die blijken pas na achten weer naar buiten te komen. We eten in het hostal en 's-nachts daalt de temperatuur niet beneden de 25°.


Colmenar Viejo – Madrid

14 juli – 39km
Op de autoweg van Colmenar naar Madrid -de M607- zijn de vluchtstroken geschilderd in dezelfde kleur paars die ook de Nederlandse fietspaden vaak hebben. Het blijkt ook de bedoeling dat wij over deze zeer drukke weg, over die stroken gaan rijden. Vooruit dan maar! Het is een komische situatie. Af en toe staat het verkeer volkomen vast (het is maandagmorgen, iedereen wil of moet naar Madrid) terwijl wij op dat fietspad lekker door zoeven! De mensen weten niet wat ze zien! Er ontstaan ook wel gevaarlijk situaties: Bij de afslagen voor de auto's gaat het fietspad -wel goed gemarkeerd- gewoon door maar de automobilisten begrijpen het bord dat erbij staat (voorrang voor fietsers) waarschijnlijk niet. Je moet dus flink met je armen zwaaien en duidelijk aangeven dat jij rechtdoor gaat en voorrang hebt! Madrid is al van veraf te zien en na een uur naderen we de buitenwijken reeds.


Het fietspad houdt hier ook abrupt op en een -onduidelijk- bord geeft aan dat het ergens anders weer verder gaat. Je wordt nu van de hoofdweg afgeleid, erlangs en er onderdoor, en dan houden alle aanwijzingen en paden op! Zie maar hoe je er komt! We vervolgen op goed geluk over onverharde wegen onze route. ons oriënterend op de bebouwing. Dan belanden we weer op een hoofdweg die ons bij Fuencarral brengt, en daar begint ook onze stadskaart, zodat we uiteindelijk de weg naar ons hotel kunnen vinden. We zitten in Hotel Osuna, in de wijk Barajas, niet ver van het vliegveld vandaan, zodat we als we hier over een paar dagen weer vertrekken, niet veel meer hoeven te fietsen.
Vanuit het hotel hebben we een goede verbinding met de metro naar het centrum van Madrid, en de laatste twee dagen weten we ons uitstekend te vermaken: Musea, Botanische tuinen, Parken, Restaurants, Plaza Mayor en natuurlijk de Corte Ingles.


Laatste versie: vrijdag 3 juni 2016

Built with BBedit Terug naar de Indexpagina
Marc Zoutendijk – © 1993-2093
Hier is een mailformulier
powered by Mac