Een fietstocht in de High Sierra's van California.
25 juni – 26 juli 1996

Vertrek uit Reno
Onze tocht gaat beginnen! Voor het eerst rijden we over Amerikaans asfalt en zien we de bergen liggen waar we overheen moeten. We weten dan nog niet dat we deze eerste dag gelijk het grootste hoogteverschil van de hele vakantie moeten overbruggen!

Het plan en de voorbereiding

Vele Passen
Tja…, welke zullen we nemen?

Bij het plannen van deze tocht is een aantal mogelijkheden en routes in overweging genomen, echter in hoofdzaak bepaald door de wens om in ieder geval Yosemite park en mijn zusjes in Sonoma Valley (parallel aan Napa Valley, maar dichter bij de kust) te kunnen bezoeken om van daaruit nog een aantal tochten langs de kust te kunnen maken. Zo ontstond het volgende plan: Vliegen naar San Francisco (BA via London) en van SF naar Reno. Dat ligt in Nevada direct aan de andere zijde van de Sierra Nevada en je zit de eerste dag direct in het mooiste gebied. Van daaruit naar het zuiden fietsend naar Yosemite park en dan door Gold Country weer naar het noorden, richting Sacramento waar we bij kennissen een paar dagen konden bijkomen van de doorstane ontberingen waarna zij ons naar mijn zusjes in Sonoma Valley zouden brengen.


Omdat we in hotels zouden verblijven en we de tocht in een drukke periode zouden maken, was het noodzakelijk om vooraf alle plaatsen waar we zouden stoppen te bekijken op hun mogelijkheden voor verblijfplaatsen en indien mogelijk ook de nodige reserveringen te doen. Vooral door de grote afstanden die door onbewoond gebied zouden voeren en de onmogelijkheid om bij een vol hotel nog even 50 km verder te gaan, maakten dat laatste absoluut noodzakelijk. Normaal maken wij onze fietstochten op de bonnefooi en zoeken we onderweg naar geschikte verblijfplaatsen. Dit keer zou het dus anders gaan! In december 1995 stelde ik deze hoofdroute op: ⇒

Reno, Tahoe City, Hope Valley, Bridgeport, Lee Vining, Yosemite Valley, Fish Camp, Bootjack (Mariposa), Coulterville, Angels Camp en tenslotte Pine Grove (Jackson). De hoogteverschillen zouden tot 1500 meter per dag oplopen, het hoogste punt zou de Tiogapass (3030m) worden en het langste dagtraject zou zo'n 125 km worden. Via internet kwam ik veel te weten over hotels, Bed & Breakfasts en andere verblijfplaatsen (en voor de jonge lezers: het internet in 1996 was héél anders dan het internet in 2011). Via e-mail, fax, telefoon en gewone post werden vervolgens verschillende adressen aangeschreven, prijzen opgevraagd en tenslotte de reserveringen gemaakt. In de meeste gevallen volstaat een creditcardnummer, soms moest een travellercheque worden opgestuurd.


Jonne in de Sneeuw
Op weg naar de Tioga Pass (en Yosemite Park), kan Jonne nog even in de sneeuw spelen! Er was de afgelopen winter zeer veel sneeuw gevallen.

Via nieuwsgroepen (en in 1996 waren nieuwsgroepen nog een belangrijke bron van informatie op het internet!) kwam ik veel aan de weet over de verschillende situaties ter plaatse en kreeg ik talloze tips en aanwijzingen. Hieruit hebben zich een aantal leuke fietscontacten ontwikkeld: een echtpaar uit California dat in Nederland kwam fietsen en bij mij om advies had gevraagd over de routes, was in mei (1996) in Nederland en kwam op mijn verjaardag langs! Wij hebben hen tijdens onze tocht langs de kust een tegenbezoek gebracht, hebben er gelogeerd en hebben samen met hen nog een fietstocht langs de kust gemaakt.

Noot 2005:
Tijdens onze vakantie van 2005 in California hebben we van deze kennissen hun fietsen kunnen lenen tijdens de week dat we ook in hun Beach House in Santa Cruz (Aptos) logeerden! We hebben toen een fantastische tocht door het Nisene Marks State Park gemaakt.

Yosemite is druk!

Tentcabin inYosemite
De "Tent Cabin" in Yosemite

Bij het uitzetten van onze tocht was het belangrijk om in Yosemite Valley zelf een verblijfplaats te vinden omdat anders een voor ons onoverbrugbare dagafstand moest worden gefietst van 200km over een aantal zeer zware passen.
In januari 1996 bleek bij telefonische informatie dat Yosemite alleen nog op 5 en 6 juli plaats had in een zgn. Tent Cabin (een huisje van tentdoek met twee bedden erin). Hotels waren helemaal vol. Er is trouwens maar één hotel in Yosemite Valley, voor de rest een groot aantal houten en canvas cabins naast kampeerplaatsen.
De drukte werd veroorzaakt door independence day op 4 juli, alle mensen trekken dan naar Yosemite, en dat hebben we gemerkt!


Het Fietsvervoer

De fietsen hebben we dit keer in dozen ingepakt meegenomen omdat er twee keer moest worden overgestapt: in London naar San Francisco en vandaar naar Reno. Maar tussen aankomst in San Francisco en vertrek naar Reno zaten drie dagen die we in SF verbleven. De fietsen hebben in het bagagedepot van het vliegveld gestaan. Dit was een van de zaken die ik via internet had uitgezocht. Ik wist precies waar ik moest zijn en wat het zou gaan kosten: $10.00 per dag.
Bij aankomst in Reno was van een van de dozen de bodem enigszins losgelaten, maar de fietsen waren onbeschadigd. Voor de terugvlucht had ik iedere fiets zelfs in twee dozen gepakt, en dat werkte uitstekend. We kozen voor de route via London met BA omdat dat verreweg het goedkoopste was. Fietsen gaan gratis mee, je bent onderhevig aan het zgn. P-tarief: twee stuks bagage per persoon met een maximum totaalgewicht van 64kg. Daar kun je zelfs een roestvrijstalen tandem voor meenemen! Volgens de NBBS (waar we de reis hadden geboekt) zou het vervoer van de fietsen van San Francisco naar Reno niets extra kosten, maar dat bleek niet zo te zijn: er moest $20.00 per fiets worden bijbetaald.


Van dag tot dag


Mt. Gibbs en Mt. Dana – Uitzicht tijdens de klim naar de Tioga Pass.
We staan hier bijna 3000 meter hoog en toch in korte mouwtjes!

Zaterdag 29 juni • Reno


In Reno rijden we onze eerste kilometers op Amerikaanse bodem. Er blijkt zowaar een fietspad te liggen. Niet in dit drukke centrum, maar even daarbuiten langs de Truckee River.

Na landing in Reno worden de fietsen in elkaar gezet. Reno ligt min of meer in de woestijn aan de voet van de Sierra Nevada en het is er heet! We hoeven alleen maar naar ons motel te fietsen (2,7 km).
In de middag rijden we naar het gokstadje (the biggest little city in the world) en verbazen ons. Er blijkt een prachtige fietspad te lopen langs de Truckee River en dat rijden we dan maar een stuk langs.

Onze eerste fietsindrukken van Amerika zijn positief! En om maar vast op de zaken vooruit te lopen: na een maand fietsen blijven ze dat, al zijn er natuurlijk een aantal minpunten op te noemen, en die komen dan ook nog aan bod.


Zondag 30 juni • Reno – Tahoe City

75 km, Hoogste punt: 2740m, klimmen: 1500m
Vandaag begint in feite onze echte tocht en ook gelijk met een verrassing: Reno ligt op ongeveer 1200m hoogte en Lake Tahoe op 1900m en op de kaart die ik gebruikte voor mijn eerste planning leek dat een simpele klim. Niet te zien is dat er een flinke pass (Mt. Rose Summit) moest worden beklommen die uiteindelijk het grootste te overbruggen hoogteverschil van de hele tocht opleverde: bijna 1500m klimmen! Maar dat bleek dus pas toen we eenmaal boven waren.

Jonne op Mt. Rose Mountain
Dat hadden we niet verwacht deze eerste dag…


Om acht uur rijden we vanuit Reno naar Tahoe Junction. Het is zondag en er is niet veel verkeer. Het weer is prachtig (30 graden, onbewolkt) en we schieten goed op. De afslag naar Hwy. 431 (Mt. Rose Highway) hebben we snel bereikt en dan begint het klimmen.
Op een gegeven moment passeren we het eerste bordje met een hoogte aanduiding (6000ft, 1800m, Lake Tahoe ligt op 6229ft) en begint het tot me door te dringen (we hebben nog geen kwart van de route gereden) dat we moeten klimmen tot een veel hoger punt dan ik had gedacht en dat we daarna weer moeten dalen naar Lake Tahoe ipv. een rustige klim naar het meer! En dat blijkt ook zo: we passeren het bordje 7000ft, 8000ft en uiteindelijk zijn we op 8900ft, Mt Rose Summit!
Mt. Rose Summit is de hoogste Sierra pass die het hele jaar door sneeuwvrij wordt gehouden. Er ligt nog aardig wat sneeuw op alle hogere pieken om ons heen (deze winter is er zeer veel sneeuwval geweest) en we hebben een prachtig uitzicht. Een Amerikaan op motorfiets is buitengewoon verbaasd dat we op de fiets naar boven zijn gekomen (wij eigenlijk ook wel!) maar nog meer als hij hoort dat dit onze eerste fietsdag is. Hij waarschuwt ons voor de drukke weg langs het meer (blijkt enorm mee te vallen), voor de autos die je van de weg af rijden (blijkt nog veel meer mee te vallen) en voor de vele heuvels langs het meer (stelt niks voor).

Lake Tahoe is een prachtig meer, veel besneeuwde toppen er om heen en prachtige uitzichten. Soms loopt er een stuk fietspad maar de weg zelf heeft een redelijke 'shoulder' waarop we goed kunnen fietsen. In Tahoe City hebben we ons B&B snel gevonden, een welkomstdrankje staat klaar en na een verfrissende douche eten we in een restaurant een pizza met uitzicht op het meer, ondergaande zon én volle maan én prachtige bergtoppen om ons heen!


Maandag 1 juli • Tahoe City – Hope Valley

Emerald Bay
Emerald Bay in Lake Tahoe.

73km
Luther pass – 2357m, klimmen: 400m

Vanuit Tahoe City loopt een biketrail (tot aan Meeks Bay) dat prachtig voor een deel langs het meer loopt. Het pad volgt verder gewoon de hwy langs het meer maar je moet nogal vaak de hwy oversteken omdat het pad aan de andere kant van de weg weer verder gaat. Soms lijkt het te verdwijnen of gewoon op te houden maar het houdt pas op bij Meeks Bay. Daar begint ook de stevige klim naar Bliss State Park, een heftige afdaling naar Emerald Bay (dat er onvoorstelbaar mooi bijligt) en weer een klim naar het Emerald Bay State Park om tenslotte een lange afdaling te hebben naar de Spring Creek Road. Daar begint weer een bike trail naar South Lake Tahoe. Het begint hier op het fietspad drukker te worden (er worden veel fietsen verhuurd) en we eten in een langs het meer liggend restaurant onze eerste echte Amerikaanse sandwich: een complete maaltijd! ⇓

Marc op Luther Pass
De klim naar de Luther Pass is niet erg zwaar. De omgeving is indrukwekkend.

Van het gebied rond Lake Tahoe zijn goede topografische kaarten verkrijgbaar met vele biketrails en andere goede informatie. Deze kaarten zijn echter vaak alleen maar ter plaatse te verkrijgen. In South Lake Tahoe komen twee belangrijke highways samen: hwy 50 en hwy 89 (even nummers zijn oost-west verbindingen en oneven nummers noord-zuid). Deze highways zijn vaak gewoon tweebaanswegen met ruime vluchtstroken (die echter soms verdwijnen), maar de kwaliteit ervan is meestal slecht tot zeer slecht! Dat was het laatste wat ik hier verwacht had, maar er blijkt geen geld voor onderhoud te zijn.
We moeten nu de laatste pass van deze dag over: Luther Pass op 2357m hoogte. Een klim van ongeveer 400m. In dit gebied zijn veel hoge toppen (4000+) maar de laagst liggende gedeeltes zijn vaak al rond de 2000m, zodat het aantal meters te klimmen redelijk te doen is. ⇒⇑



De klim gisteren heeft ons gelijk naar een hoog plateau gebracht en daar zullen we de rest van de week op blijven fietsen, lager dan 1500m komen we niet. In de Alpen zijn de de te overbruggen hoogteverschillen veel groter: je begint op 700m en kunt tot 2800 komen, hier is het laagste punt (Yosemite Valley) zo'n 1200m en het hoogste (Tioga pass) 3030m. De klim naar de Luther Pass begint zo'n 2 km nadat je de afslag naar hwy 89 hebt genomen. Het is niet erg steil maar wel erg heet, ruim 30 graden. Gelukkig staan er veel bomen. Het is een prachtige omgeving. Je bereikt op een gegeven ogenblik een mooie hoogvlakte (Grass Lake) van waaruit de klim naar de pashoogte nog maar een fluitje van een cent is, het echte klimwerk zit in de grote bocht naar Grass Lake toe. Na de pas volgt een korte stevige afdaling naar Sorensens Resort in Hope Valley op 2100m hoogte.
Hier zitten we echt in de wildernis: een verzameling van ongeveer 20 blokhutten (van alle gemakken voorzien) en een cafe/restaurant waar uitstekend kan worden gegeten (nog een mythe ontzenuwd: je kunt hier overal fantastisch en gezond eten, junkfood hebben we nooit hoeven gebruiken, maar het is er natuurlijk wel). Sorensens Resort is een geliefd punt en het is belangrijk om bijtijds te reserveren, zeker voor deze periode. Ik had in januari al niet veel keus meer! We blijven hier twee dagen. Een beetje acclimatiseren en uitrusten voor de zware tocht die komen gaat: 125 km en twee flinke passen. De tweede dag gebruiken we voor wat wandelingen in de omgeving, veel wildstromende – zeer heldere – beekjes, rivieren en meertjes, derhalve ook erg veel muggen. Er zijn veel tochten (ook op de fiets) mogelijk (naar Grover Hot Springs bv). In deze streek zijn trouwens ook erg veel kampeerplaatsen. Hwy 89 die voor het terrein langs loopt is erg rustig, af en toe een auto of vrachtwagen. We eten 's-avonds buiten met uitzicht op de bergen en een onbewolkte lucht.


Jonne op Sagehenflat
Jonne op Sagehenflat.

Woensdag 3 juli • Hope Valley – Bridgeport

122kmMonitor pass – 2534mDevils Gate – 2292m

Jonne bij het naderen van Monitor Pass
Jonne nadert Monitor Pass
Jonne naar Sagehenflat
Op weg naar Sagehenflat

Dit traject zou ik liever in twee keer hebben gedaan, maar onduidelijk was (tijdens de voorbereidingen) of er in Markleeville of Walker een verblijfplaats was te vinden. Dat blijkt (als we er langskomen) geen probleem: Markleeville heeft een paar lodgings en Walker is een en al hotel/motel! We vertrekken om 6.50u en hebben een prachtige afdaling door de Carson Canyon naar Woodfords waar we hwy 89 blijven volgen naar Markleeville,dat altijd in de tweede week van juli het centrum is van de Markleeville Death Ride, een fietstocht over alle passen in de High Sierra! Gelukkig is het nu nog zo goed als uitgestorven. We hebben hwy 89 helemaal voor onszelf en er volgt een snelle afdaling naar Markleeville, waar we een echt ontbijt nemen bij het tollstation: gebakken ei, gebakken aardappelen (die hoorden bij het ei) en heerlijk bruin brood met jam. Op dit ontbijt kunnen we even vooruit!


markleevilleuitdelucht
Markleeville vanuit de lucht! Groter is het niet. Bij de rode pijl hebben we een uitstekend ontbijt!

Na Markleeville volgt nog een verdere daling naar zo'n 1500m meter voor we bij de splitsing van hwy 4 en hwy 89 staan. Daar begint de klim naar Monitor Pass, ruim 1000m klimmen. De eerste 3 km zijn licht en leiden door een sterk op de Pyreneeën lijkend gebied. Dan volgt een pittig stuk naar Sagehen Flat om vervolgens weer makkelijker te worden. Vanaf deze hoogvlakte is er rondom een onvoorstelbaar uitzicht op tientallen besneeuwde bergtoppen en er zijn fraaie panorama's. Eindelijk ben je boven, dat denk je tenminste, want het is toch echt een soort pas: de weg gaat aan de andere zijde weer naar beneden! Maar wat niet te zien is, is dat er daarna nog een stukje moet worden geklommen waarna we uiteindelijk op de echte pashoogte staan!


Marc op Monitor Pass
Boven op Monitor Pass

Tot aan de pas is het landschap groen, fris en er staan ook talloze bloemen, na de pas verandert dat volkomen: veel lage struiken en woestijnachtige vegetatie. Niet verwonderlijk, want we zitten hier dicht bij de grens met de woestijnen van Nevada. We duiken hier een soort sauna in tijdens de afdaling naar Antelope Valley. Als je rijdt merk je dat niet, sta je stil dan valt er een warme droge deken op je! 32 graden, onbewolkt! De afdaling is zeer fraai, overzichtelijke bochten en lange rechte stukken, de snelheid loopt op to 70 km/u en de temperatuur to 34 graden als we de aansluiting op hwy 395 bereiken, een kokende pan! De weg is ook drukker en we beginnen weer honger te krijgen, het ontbijt is uitgewerkt! Topaz en Coleville hebben niets te bieden maar een km of 4 voor Walker staat een Inn waar we een heerlijke Taco Salad eten en veel ijsthee drinken. We frissen ons wat op en gaan weer op weg voor de tweede pas van deze dag. We bevinden ons in een vallei waar vanuit West Walker river valley (de klim naar Devils Gate) een stevige, warme droge wind in blaast. Walker zelf is een saai plaatsje met veel hotels/motels, en om hier te blijven lijkt ons niet aanlokkelijk. Bovendien hebben we een reservering in Bridgeport. Dan maar tegen de wind berg op! De wind buldert in je oren, de rivier dondert naar beneden en het verkeer raast langs je heen! Vermoeiend. We vorderen langzaam, moeten veel rusten, hebben zwakke momenten maar weten ons uiteindelijk naar boven te werken. Vanaf de Sonora Junction (hwy 108, over de Sonora Pass) is de weg minder steil en de wind is na de bocht naar links in ons voordeel. Rond halfzeven zijn we boven op Devils Gate.


De afdaling naar Markleeville
Afdaling naar Markleeville

Alle pieken hier omheen zijn boven de 3000m. Het laatste stuk zijn we over onze vermoeidheid heen en voelen we ons weer prima. Na een korte rust volgt een stevige afdaling naar Bridgeport dat in een Nederlands aandoende vallei ligt met veel beekjes, sloten en gras. Alleen de bergen er omheen maken duidelijk dat je ergens anders bent. Alles is hier in gereedheid gebracht voor de dag van morgen: Independence Day! Veel rood/wit/blauw van de vlaggen en wimpels en voorbereidingen voor de Great Parade! De supermarkt heeft alles wat we nodig hebben en we eten op onze kamer. Een prachtige zonsondergang besluit deze inspannende dag.

Donderdag 4 juli • Bridgeport – Lee Vining

Op Conwaysummit
Op Conway Summit neemt een voorbijganger een foto van ons.
Jonne voorbij Conwaysummit
Steppelandschap in de buurt van de Conway Summit.

42km. Conway Summit – 2489m
Het hoogteverschil voor vandaag is 500m en daar moeten we 20 km voor werken. We rijden door een steppeachtig landschap met veel lage struikjes en graspollen. Op een rustpunt langs de kant zit op een gegeven moment een vogeltje 2 minuten voor ons te zingen, een meter van ons vandaan! Er is weinig schaduw maar er staat nu een aangename bries. We komen de eerste andere fietsers tegen die bezig zijn met een trektocht, zij zijn op weg naar Bridgeport. Andere fietsers die we tegenkomen, maken alleen maar dagtochtjes.


Om 12 uur zijn op Conway Summit, het hoogste punt op hwy 395 dat het hele jaar door sneeuwvrij wordt gehouden. Even voorbij de pas heb je een fantastisch uitzicht over het beroemde Mono Lake, een merkwaardig meer met allerlei vreemde rotspilaren langs de kant. In het meer twee eilandjes waarvan een nog werkende geysers heeft. De afdaling naar dit meer en verder naar Lee Vining gaat als een raket. Na ons te hebben opgefrist gaan we inkopen doen voor morgen, we bezoeken het mooie visitor center, eten weer een Taco Salad en bereiden ons voor op morgen: De beklimming van de Tioga Pass en de tocht dwars door Yosemite Park!


Vrijdag 5 juli • Lee Vining – Curry Village (Yosemite Valley)

125 km Tioga Pass – 3030m
Hoogteverschil 1100m

Terugblik in de vallei
Een terugblik op de vallei in de richting van Lee Vining. We naderen de Tioga Pass.

Om 5 uur staan we op, eten ons ontbijt en om 6 uur zitten we op de fiets. De klim begint meteen buiten het dorp. Het is nog fris (de zon staat nog achter de bergen) en ik heb aardig koude knieën. De eerste 6 km zijn niet zwaar en rollen we rustig naar boven. Dan draai je de bocht naar de vallei in en zie je de waterval aan het einde daarvan goed liggen en de hele af te leggen weg in de rotswand is mooi te zien. Hier worden we werkelijk aangevallen door muggenzwermen, en het middel tegen de muggen (een olie die we in Hope Valley hadden gekocht) bewijst goede diensten: ze vluchten! De weg begint nu steiler te worden en de temperatuur loopt ook weer op. In ons gebruikelijke tempo (langzaam) gaan we naar boven en we nemen alle tijd voor rusten, drinken en eten.


Ellery Lake
Wegdromend bij Ellery Lake.

Na de bocht bij de waterval volgt het laatste zware stuk naar Ellery Lake (een prachtig glashelder meertje) om van daaraf geruime tijd op dezelfde hoogte te blijven, een aangenaam stuk! Hier worden we ingehaald door een fietser (op racefiets) die aan het trainen is voor de Markleeville Death ride die volgende week wordt gereden. Hij heeft er een hard hoofd in. Het is hier onvoorstelbaar mooi. Tioga Lake heeft ook weer kristalhelder water, prachtige weiden en veel sneeuw die na de zware winter is blijven liggen. Normaal is die in juli wel weg. Tenslotte moeten we het laatste stuk klimmen naar de pashoogte op 3030m en dan staan we voor de ingang van Yosemite park.
Het hoogste punt dat we in deze vakantie zullen bereiken. Een toegangskaartje voor Yosemite kost $3.00. Daarmee mag je een week in het park blijven. We smeren ons weer in met muggenolie, kijken wat rond en bereiden ons voor op de afdaling. Het is inmiddels drukker geworden en er zijn meer auto's. Tot aan Tuolomne Meadows is het een stevige afdaling met prachtige uitzichten, rotsen, bomen, open velden, rivieren, beken en onvoorstelbare indrukken. We hebben gefietst in de Pyreneeën, de Alpen, de Sierra Nevada in Spanje, maar hier is het landschap het meest indrukwekkend en overweldigend van al die plaatsen. We maken een lunchpauze bij Tuolomne. Daarna op weg naar Tenaya Lake. Soms dalend, dan weer stijgend. Na Tenaya Lake volgt een flinke klim naar Olmsted point van waaruit we Half Dome al zien. We moeten dan nog ruim 80km fietsen. Dalen, stijgen en weer dalen naar Porcupine Flat, weer een klim, een lange afdaling langs Yosemite Creek Valley en dan weer een zware klim naar Siesta Lake. Dan begint de definitieve lange afdaling naar Yosemite Valley.



Olmsted Point

Tot dit punt hebben we steeds tussen de 2100m-2500m gereden, nu moeten we naar 1200m. Af en toe nog een kort klimmetje, maar meestal lekker doorzoeven naar beneden. Op een gegeven moment is het een drukte en opwinding van belang aan de kant van de weg. Veel mensen met camera's: een beer! We hebben in de maanden voorafgaande aan deze tocht veel gelezen over Yosemite. We wisten van de beren die hier voorkwamen en van de overlast die ze kunnen veroorzaken. Maar de drukte die er in deze periode was maakte de beren achterdochtig en na deze korte kennismaking hebben we er geen een meer gezien. Toch blijft het een verrassende ervaring om een grote bruine beer te zien die zich in de struiken terugtrekt. Bij het naderen van Yosemite Valley worden we overrompeld door niet te beschrijven, overweldigende indrukken van enorme rotswanden die loodrecht omhoog rijzen, watervallen en wild stromende rivieren in een landschap dat adembenemend is. Big Oak Flat Road is de weg die op indrukwekkende wijze toegang geeft tot de ingang van Yosemite Valley.


De Tioga Pass
Rustig maar, het zijn geen meters!
El Capitan
El Capitan, de onvoorstelbare 1000m hoge rotswand die loodrecht omhoogstekend de ingang van de valley markeert, is onbeschrijflijk in zijn grootsheid.

Er is één nadeel: we zijn niet alleen, duizenden hebben ook het plan opgevat om dit weekend in Yosemite door te brengen en dat is te merken. In Yosemite Valley is één hotel en voor de rest word je ondergebracht in een hut of tentcabin zonder douche. Er zijn een paar centrale douchegebouwen en daarvoor staan lange rijen. Ook de restaurants en de pizzeria zijn niet ingesteld op zulke hoeveelheden mensen en er staan dan ook overal lange rijen. Uiteindelijk kopen we wat in de supermarkt en eten dat maar op, op het terras van de (allang gesloten) snackbar. Om half elf weet ik nog (na ruim een uur in de rij staan) een douche te nemen. Na 13 uur op de fiets is dat wel een tegenvaller, maar veel andere mogelijkheden zijn er niet. Het probleem is dat er te veel mensen zijn voor zo'n klein gebied en dat de voorzieningen daar niet echt rekening me houden: Na 21.00 kun je nergens meer eten en om 20.00 uur zijn het grote restaurant en het cafe al dicht. Wij hadden voor deze keer geen andere mogelijkheden, maar Yosemite is in het voorjaar of in de late zomer veel aantrekkelijker en rustiger!


Meadows Flat
Meadows Flat in Yosemite Park. Prachtige heldere meertjes!

Zaterdag 6 juli • Bustocht naar Glacier Point.

Halfdome
Half Dome in volle glorie. Gefotografeerd vanaf Olmsted Point!
Jonne bij de ingang van Yosemite

Yosemite Valley wordt omringd door een groot aantal zeer hoge rotsen, en Glacier Point is een machtige rotswand die vanuit de vallei omhoog steekt. Er gaat een weg naartoe, je kunt vanuit Yosemite een aantal mooie bergpaden naar dat punt volgen en er worden diverse excursies georganiseerd. Wij besluiten de ochtend te besteden aan een bustocht naar dit punt en worden al direct geconfronteerd met de drukte: de bus is te laat en heeft meer dan een uur nodig om de vallei uit te rijden (4 km). Alle wegen zijn verstopt.
Rare Amerikanen met een auto in een gebied met gratis bussen en uitstekende wandelvoorzieningen. Je hebt hier niets aan een auto, de hele vallei is uitstekend per fiets, te voet of per bus te bereiken!
Hoe dan ook, we bereiken Glacier point na een prachtige tocht met een zeer onderhoudende, informatieve en met Yosemite begane chauffeur. Vanuit hier kijk je ongeveer 1100m diep loodrecht naar beneden de vallei in. De waterval die gisteren nog 700m boven ons uit torende ligt nu 400m onder ons! We blijven hier zo'n drie kwartier en vangen dan de terugtocht aan. Een deel van de tocht voert ons langs de weg die we morgen op de fiets moeten rijden en het valt op dat dat per auto altijd zwaarder en erger lijkt dan het per fiets lijkt te gaan.

Drie dagen nadat wij Yosemite park hebben verlaten, stort een rotsblok van 300 ton vanaf Glacier Pont recht naar beneden op een van de visitor centers – dat gelukkig gesloten is. Een grote ravage, veel bomen geveld door een krachtige drukgolf en één dode. En nu ik dit verhaal schrijf (Januari 1997) wordt California geteisterd door zware overstromingen en zijn er 900 mensen vanuit Yosemite geëvacueerd. Het zal maanden duren om de schade te herstellen.

Terugblik op Yosemite Park
Afscheid van Yosemite Valley!

Zondag 7 juli • Curry Village – Fish Camp

69 km – 1100m hoogteverschil
We zijn al vroeg wakker en om 7u zitten we al op de fiets. Het is heerlijk rustig op de weg en nog lekker koel. De weg het park uit is een grote lusweg en we rijden nog een mooi stuk door Yosemite Valley. Om 8 uur beginnen we aan de klim die we gisteren dus per autobus hebben gedaan. Het is een tocht met prachtige terugblikken op de ingang van Yosemite Valley die zo mooi door "El Capitan" wordt gemarkeerd. En zeker in het ochtendlicht met wat nevel ziet het er indrukwekkend uit. Zullen we hier ooit weer staan? Er moet ruim 600m worden geklommen naar de eerste pass van deze dag en om halfelf zijn we daar. Dan volgt er een lange afdaling naar Wawona. De temperatuur loopt op naar 34 graden en we eten onder de schaduw van een grote boom onze lunch. ⇒


Wat hier op veel plaatsen bij openbare picknick plaatsen een leuke voorziening is, is dat er overal barbecues voor algemeen gebruik staan. En al snel zijn alle plaatsen om ons heen bezet door grillende en barbecue-ende gezinnen! Na de lunch moet er weer worden geklommen naar de zuidelijke uitgang/ingang van Yosemite Park. Even voorbij Wawona klinkt er uit een van onze fietstassen een luide knal! Een plastic fles met grapefruitsap die eigenlijk koel had moet worden bewaard, is gaan gisten en ontploft!! Het meeste sap wordt opgevangen in wat wasgoed dat er ook bij zat en de rommel valt gelukkig mee. Na het opruimen van de ergste troep vervolgen we onze klim en om 14.30 zijn we bij de uitgang van het park.


Reuzenboom

We besluiten om, voor we weer gaan afdalen naar onze eindbestemming, nog een klimmetje te wagen naar het Mariposa Big Tree state park waar een groot bos met reusachtige Sequoias staat.
Daar maken we een tour door dit bos langs de onvoorstelbare grote (80-100m) en oude (3000 jaar) bomen. Diameter tot 10m! Foto's maken heeft geen zin: in een bos waar alles zo reusachtig is en iedere referentie aan 'normale' bomen ontbreekt, lijken de foto's gewoon op de veluwe gemaakt. Alleen het feit dat je in de beroemde 'tunnel tree' staat (waar een auto in de opening in de boom past) maakt duidelijk dat dit toch wel bijzonder is.

Tenslotte maken we de afdaling naar Fish Camp ten zuiden van Yosemite park en bereiken we het keerpunt van deze tocht. Vanaf morgen zullen we door 'Gold Country' (het goudzoekers gebied) weer noordwaarts fietsen, richting Sacramento. We verlaten ook het gebied van de High Sierras en zullen nu niet hoger meer komen dan zo'n, 500–600m.
Van wat we nu achter ons hebben, hadden we ons een bepaalde voorstelling gemaakt. Een voorstelling die slechts ten dele met de werkelijkheid overeenkwam. De werkelijkheid was bijna altijd overweldigender en indrukwekkender, grootser, warmer, eenzamer of juist drukker dan we verwacht hadden. Het gebied waar we nu door heen zullen gaan is historisch gezien voor Amerika een belangrijk gebied. De 'Goldrush' speelde zich hier af. Veel monumenten onderweg herinneren daar nog aan en er zijn veel musea en andere belangrijke gebouwen of hele dorpjes onderweg die nog de sfeer van die tijd uitstralen. Het is overigens wel grappig dat ze hier iets dat 100 jaar oud is al beschouwen als heel uitzonderlijk. Op het kantoor van mijn bedrijf in Den Haag zit een gevelsteen uit 1835, en daar staat niemand voor in de rij!


Maandag 8 juli • Fish Camp – Bootjack (Mariposa)

42km.
Ten zuiden van Fish Camp komen Hwy 41 en Hwy 49 samen en de weg van Fish Camp naar Bootjack gaat geheel over deze twee wegen, maar er is een doorsteek mogelijk zodat je je ruim 30 km. omrijden bespaart: De Miami Mountain Road (het ontgaat me waarom deze weg naar Miami is genoemd, dat is 3500km ver weg!). ⇓


Going fine on 49!

Even ten zuiden van Fish Camp ligt de afslag naar deze weg en komen we voor het eerst op een onverharde weg terecht die dat tot aan Hwy 49 zal blijven. ⇒


Het is voornamelijk dalend en niet altijd duidelijk welke kant we op moeten bij de diverse splitsingen die we tegenkomen, maar onze intuïtie en de kaart brengen ons zonder veel problemen bij hwy 49 die weer noordwaarts gaat. De weg loopt prachtig door een geheel verlaten woud en er is maar één plaats waar we het even flink benauwd krijgen: bij een huis midden in dit bos stormen al van ver drie zeer woeste en grote honden op ons af die niet door hun baas (die in geen velden of wegen is te bekennen) tot orde worden geroepen.
We gebruiken de techniek die meestal werkt: luidkeels aanmoedigen en toeschreeuwen, maar wel in het Nederlands! Het helpt, ze blijven wel met ons meerennen maar wagen het niet om dichterbij te komen.
Na een kort stukje op hwy 49 nemen we de volgende afslag: Harris road, en die leidt ook door een mooi rustig gebied. Uiteindelijk komen we weer op de hwy 49 en er volgt een flinke afdaling naar Usona waar we koffie en een hamburger gebruiken. Buiten is het 36 graden! Het laatste stukje naar Bootjack is snel gedaan en voor het eerst komen we in een B&B met een zwembad aan waar we gelijk maar in gaan liggen. Later rijden we nog naar Mariposa om boodschappen te doen, 's-avonds maken we eten klaar en slapen uitstekend. Het blijft vrij warm.


Dinsdag 9 juli • Bootjack – Coulterville

54 km
Om 8 uur 's-ochtends is het al 28 graden! Het stuk tot aan Mariposa hadden we gisteren al gereden om boodschappen te doen en we rijden nu over bekend terrein. Het is zeer rustig op de weg. Het staat hier overigens vol met kerkjes. Iedere groep goudzoekers had z'n eigen kerk, waar weer afsplitsingen van ontstonden, samenvoegingen en weer nieuwe afsplitsingen. Net Nederland! Na Mariposa volgt nog een pittige klim naar Mt. Bullion en dan een prachtig stuk naar Bear Valley. Het lijkt hier sterk op de Corbières!

Sherlocks Bed and Breakfast
Sherlocks Bed and Breakfast.
Waar was Mary??


Na Bear Valley nog een korte klim en dan een reusachtige afdaling naar de Merced River. Deze afdaling doet sterk denken aan de afdaling van de Col de Canto naar Sort (in de Pyreneeën) het is hier alleen nog warmer.

Na de brug over de Merced River volg een zeer stevige klim het rivierdal weer uit en de temperatuur loopt op tot 39 graden!! Gelukkig hebben we de zon merendeels in de rug, maar als je hem van voren hebt is fietsen langer dan 2 minuten niet te doen. We zweten hier winterpenen. We zijn kletsnat van het zweet als we eindelijk boven zijn. Een van de dingen die we hier hebben leren eten is de Cantaloupe, een kleine verfrissende watermeloen en tijdens grote hitte is dat een ideaal soort voedsel om én de maag te vullen én de dorst te lessen. We maken er nu dankbaar gebruik van. Na de beklimming volgt een simpele afdaling naar Coulterville waar we om 13.00u aankomen. Veel te vroeg, want ik had onze komst hier pas om een uur of vier verwacht. We gaan heerlijk lunchen in het heerlijk koele Coulter Cafe. Daarna naar de VVV waar we onze fietsen mogen parkeren om dan naar het gold-diggers museum te gaan. Hier krijgen we een prive rondleiding en uitgebreide informatie van het echtpaar dat het museum beheert en dat ook zeer geïnteresseerd is in onze avonturen.
Coulterville is maar klein, een echt goudzoekers dorpje, en later zal blijken dat het hele dorp inmiddels weet wie we zijn, wat we doen en op wie we wachten! Na het museum naar de Saloon waar de laatste honderd jaar niets is veranderd (alleen water, elektriciteit en ijskasten zijn er bijgekomen) waar we uiteindelijk kennismaken met Mary, de eigenares van het B&B waar we vandaag zullen blijven. We hebben een genoeglijke avond met Mary, drinken wijn met haar (Mary zelf lust al een hele fles) en horen haar hele levensloop. We slapen weer best en krijgen de volgende morgen een uitgebreid ontbijt van Mary.


Woensdag 10 juli • Coulterville – Angels Camp

63 km.
Tot aan Moccasin is het vooral dalen, de omgeving verandert in een zeer droog Andalusiaans landschap. Nadat we de rivier zijn overgestoken wordt het zeer heet en moeten we steeds klimmen, dalen, klimmen en dalen. Rond halfeen zijn we in het bloedhete Jamestown waar we weer veel ice-tea inslaan, flessen water kopen en even wat verkoeling zoeken in het park. We nemen nog een flink ijsje en hijsen ons weer in het zadel voor de laatste etappe van de dag.

In dit laatste stuk met licht klimwerk (wat normaal gesproken geen enkel probleem zou geven) begeven we het bijna van de hitte: de temperatuur loopt op tot 41 graden. Tussen de hete rotswanden door, af en toe beschutting in de schaduw van een mager boompje zoekend ploeteren we voort. Kletsnatte ruggen, buiken, billen en hoofden, niets is er meer droog! Komt hier een einde aan of is dit ons einde?

De verlossing komt uiteindelijk in het fraaie Cooper House in Angels Camp. Een zeer mooi gerestaureerd huis waarvan de eigenaresse ons in januari al waarschuwde dat het hier zo heet kon zijn! Dat was met geen woord gelogen!!

Coca Cola zie je overal
Coca Cola reclame van 80 jaar oud? Deze winkel staat in Coulterville.

We verfrissen ons, rusten wat en eten in het nieuwe grand cafe (ondergebracht in een voormalig bankgebouw) dat ook door de eigenaresse van het B&B wordt beheerd. Waarom slapen we toch steeds zo goed?


Donderdag 11 juli • Angels Camp – Jackson (Pine Grove) 62km

Na het ontbijt zijn we om half negen weer op pad. Tot aan San Andreas veel dalen, maar de weg is gevaarlijk druk met een smalle of afwezige "shoulder" (de vluchtstrook die als fietspad kan worden gebruikt). Vooral de vrachtwagens zijn gevaarlijk en niet gewend aan het delen van de weg met een fietser (de fiets wordt hier toch als een soort speeltje voor voetgangers gezien). Na San Andreas is er weer ruimte voor de fietser en klimmen we geleidelijk aan naar Mokelumne Hill, waar we horen dat de omweg via Hwy 26 en Westpoint (naar Pine Grove) een enorm stuk langer is.
Op de kaarten is dat niet goed te zien en ze spreken elkaar in topografisch opzicht tegen. We gaan dus eerst naar Jackson dat weer een flinke afdaling is en dan een stuk klimmen, en om half een zijn we in Jackson. Een korte pauze. Informeren bij de VVV, wat eten en dan via Clinton road naar de Wedgewood Inn. Een prachtige doodstille weg, klimmen en dalen en in het begin wordt er net een stuk opnieuw geasfalteerd. Alleen door stevig door te fietsen over het nog warme asfalt voorkomen we dat we aan de weg blijven kleven! Veel herten en reeën, spechten of iets onbekends. Om 3 uur zijn we op onze eindbestemming van deze eerste periode: Wedgewood Inn, een prachtig in Victoriaanse stijl opgetrokken landhuis met een bijzonder aardige ontvangst. Onze fietsen mogen in de garage naast een prachtige, goed onderhouden T-ford staan!

Fietsen en een T-ford
Onze fietsen samen met een T-Ford.

De afgelopen twee weken hebben een grote hoeveelheid aan zeer verschillende indrukken bij ons achtergelaten: onvoorstelbare grootsheid van de bergen, de stilte, de drukte, de uitgestrektheid, het weer, de mensen, de tegenstellingen, de sneeuw, de zon, het onbeschrijflijk heldere water in de bergen en nog honderden andere kleine dingen die het anders maken dan een fietstocht door bv. de Pyreneeën of de Alpen.



De tweede helft van de vakantie

Kust van California
Op weg van Half Moon Bay naar Santa Cruz.

Oorspronkelijk had ik gepland om van Jackson nog naar onze kennissen in Sacramento te fietsen, maar zij hadden dat ons afgeraden en na bestudering van de kaart had ik dat ook wel ingezien: een zeer saaie lange rechte weg door een dor en droog landschap met weinig fietsruimte en ZEER VEEL verkeer! Zelfs in de auto waarmee we werden opgehaald was het een ramp. Central Valley is niet om te fietsen.
Na een paar dagen in Sacramento op adem te zijn gekomen worden we naar Windsor gebracht (in Sonoma Valley, ten noorden van Santa Rosa) dat voor de rest van deze vakantie het uitgangspunt zal gaan vormen voor een aantal dagtochten door de Wijnstreek, langs de kust en zomaar in het wilde weg.


Dit gebied (de kust, Sonoma- en Napa-Valley) wordt veel door fietsers bezocht. Er zijn prachtige trajecten te fietsen en de omgeving is absoluut de moeite waard. De vele wijngaarden kunnen worden bezocht (Korbel is heel bijzonder als Champagnemaker, en mijn zus kent iemand die bij Mondavi werkt waardoor we een privé rondleiding op dit zeer fraaie wijnhuis krijgen). Er kan overal goed worden gegeten, er is van alles te krijgen en het weer is opvallend: In de ochtend vaak een dikke (vrij koude) mist die aan het eind van de ochtend optrekt waarna onveranderlijk een mooie en warme dag volgt (na de voorafgaande twee weken uitsluitend een onbewolkte hemel te hebben meegemaakt is dat even wennen).Petrified Forest is een bezoek waard. Een versteend bos doordat een vulkaanuitbarsting een destijds levend bos heeft "bevroren" waardoor er nu bomen van steen staan! Heel bijzonder. Ook de Armstrong Redwoods (vlak bij Guerneville) is een heel bijzonder bos. Een oase van rust temidden van bomen tot 100m hoog! Hierna rijden we via de Sweetwater Springs Road terug naar Windsor. Hier zit een zeer geweldige klim in van tussen de 10% – 20%! Na de top dondert de weg met even grote kracht weer naar beneden en dan houdt ook de verharde weg op. 8 kilometer rijden we door een sprookjesbos: geen mens, geen geluid, redwoods, eucalyptus, varens, beken, gefilterd zonlicht. Niet te filmen!

Noot 2005:
Tijdens ons bezoek aan California in 2005, waar we door een gestolen fiets wat moesten improviseren met geleende fietsen, hebben we weer die Sweetwater Springs Road gereden. Hij is nog steeds net zo steil, maar inmiddels wel helemaal geasfalteerd. De omgeving blijft ook nu nog heel bijzonder.

In het weekend komen onze kennissen uit San Jose (die ik op mijn verjaardag in Nederland had leren kennen) ons ophalen voor een kort verblijft bij hen thuis. We maken een fietstocht van Half Moon Bay (ten zuiden van SF) naar Santa Cruz. ⇒

Hier staan langs de kust velden vol met artisjokken. Ik geloof dat 90% van de artisjokken die in de USA worden gegeten hier vandaan komt. De stille oceaan is prachtig en het is helemaal helder, ideaal fietsweer met de wind mee. Er zijn overal mooie strandjes, kliffen, rotsen, inhammen, beken en rivieren, surfers, zeehonden, aalscholvers, meeuwen en eekhoorns.
De weg langs de kust is prachtig en loopt van zeeniveau naar zo'n 100m. Na de vuurtoren bij Pigeon Point wordt het drukker en is het vermoeiend fietsen met de langsrijdende auto's. In California is de maximumsnelheid dit jaar verhoogd van 50 naar 65 mijl en de meesten rijden dat ook. Ze hebben hier de rare gewoonte om tussen twee punten A en B zo snel als ze kunnen te rijden om daarna een tijd stil te staan. In Santa Cruz zelf nemen we de West Cliff Road die direct langs de kust loopt. Er loopt een fietspad maar daar maken ook de wandelaars gebruik van, en nu begrijp ik de Amerikaanse gewoonte om valhelmen te dragen: er bestaat geen groter gevaar voor de fietser dan de voetgangers op de fietspaden! Dat steekt maar over, staat stil en reageert totaal niet op de fietsbel! Ze (de fietsers) roepen hier allemaal: "To your left!" of "To your right!" of "Hey!" maar zelfs daar wordt maar matig op gereageerd. Je kunt dus eigenlijk gewoon beter op de weg rijden.
We blijken trouwens behoorlijk verbrand op deze tocht! De koele zeewind heeft ons misleid waardoor we het idee hadden dat zonnebrandcrème niet nodig was. We zijn de afgelopen weken door de zon al behoorlijk bruin geworden, hebben ons iedere dag ingesmeerd en dan kun je klaarblijkelijk toch nog verbranden. Het is hier 's-avonds zelfs behoorlijk fris en dat merken we des te beter als we met onze kennissen terug naar San Jose rijden: daar is het vandaag bloedheet geweest (40 graden) en nu om 11 uur 's-avonds is het nog dik 30 graden. Een ventilator brengt verkoeling gedurende de nacht.


Mist in Monterey
De mist komt over de zee aanzetten.
Koud langs de kust.
Het is hier steenkoud in de mist. Landinwaarts is het 40 graden!

De volgende dag gaan we samen met onze kennissen een tocht maken over de 17 mile drive bij Monterey, een prachtig gelegen landtong ten zuiden van Monterey Bay (de baai tussen Santa Cruz en Monterey) waar je alleen kunt wonen als je minstens 50 miljoen per jaar verdient! Golfterrein voor de deur! En daar loopt dan toch zomaar een rondweg doorheen. Je moet bij binnenkomst wel een contract tekenen dat jou volledig aansprakelijk stelt voor alles wat er maar mis kan gaan en de bewoners vrijwaart van alle mogelijke claims. ⇒

Hier maken we ook echt kennis met de beroemde mist die hier op kan zetten. In Monterey zelf (Cannery Row van Steinbeck is hier gesitueerd, en we rijden over Cannery Row) is het warm (30 graden) en helder, maar bij Ocean View en Pt Pinos ligt een muur van mist dwars over de landtong en daarin is het niet warmer dan zo'n 13 graden en bovendien zo nat als de pest! We hebben het steenkoud en moeten alle extra's aantrekken die we bij ons hebben. Onze gastheer had er echter niet op gerekend en moet behoorlijk afzien! Na een flinke klim keren we weer terug in het zonovergoten Monterey en is het leed geleden. Wat nog rest is een heerlijke vis te eten met uitzicht over de prachtige baai en zeeleeuwen vlak voor je neus.


Kerkje Bodega Bay
"The Birds", het boek van Daphne du Maurier en angstaanjagend verfilmd door Hitchcock, speelt zich af in Bodega Bay. Dit kerkje speelt er een belangrijk rol in.

Terug in Windsor maken we nog een grote tocht naar de kust. Via de Russian River en Guerneville rijden we naar Duncans Mills en Bridgehaven (dat ons sterk aan de Croix de Fer doet denken) waar weer een woeste kust op ons ligt te wachten. Het is nu wel een stuk frisser dan de tocht een paar dagen geleden. We rijden naar Bodega Bay waar we weer in de dichte koude mist terecht komen. We besluiten landinwaarts te gaan en daar is het alweer snel een stuk warmer.

Vliegtuig
Voor de verandering eens de lucht in!

Met m'n zus hebben we afgesproken dat ze ons hier op komt halen en zo gebeurt het ook. De fietsen moeten weer worden ingepakt en alle aangeschafte CD's en boeken worden weggewerkt! Op de voorlaatste dag maken we nog een rondvlucht met een klein vliegtuigje. De eigenaar daarvan verzorgt via de radio live file informatie over de route van en naar San Francisco.
Leuk om vanuit zo'n klein vliegtuigje een overzicht van het gebied te krijgen. Bij SF zijn we er voor het laatst getuige van dat de mist met dikke pakken de baai in komt zetten om dan abrupt te verdwijnen zodra de stad bereikt is!


Golden Gate in de mist
De Golden Gate Bridge vanuit het vliegtuig. Dikke mist trekt iedere namiddag het land in!

Laatste versie: dinsdag 9 februari 2016

Built with BBedit Terug naar de Indexpagina
Marc Zoutendijk – © 1993-2093
Hier is een mailformulier
powered by Mac